Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 februari 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , [land 1] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Vraag verbalisanten:
Antwoord gehoorde:
Vraag verbalisanten:
Antwoord gehoorde:
Antwoord gehoorde:
Vraag verbalisanten:
Antwoord gehoorde:
Vraag verbalisanten:
Antwoord gehoorde:
Vraag verbalisanten:
Antwoord gehoorde:
Vraag verbalisanten:
Antwoord gehoorde:
Vraag verbalisanten:
Antwoord gehoorde:
Proceskosten
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 2.838;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 662;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50;
- draagt verweerder op de helft van het door eiser betaalde griffierecht, zijnde een bedrag van € 90,50 aan eiser te vergoeden;
- draagt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) op de helft van het door eiser betaalde griffierecht, zijnde een bedrag van € 90,50 aan eiser te vergoeden.