Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 augustus 2022 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almelo, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
gaat hij mee bij afspraken in Duitsland,
gaat hij mee om geld op te halen in Duitsland en
krijgt hij een aanzienlijk deel van de aldus verkregen gelden.
hij geen werk had en zwaar depressief was;
hij toen met een paar jongens in contact kwam die hem vertelden dat hij wel geld bij hen kon verdienen.
hij die jongens heeft ontmoet in [plaats] bij [locatie 1] en ze [eiser] en [naam 6] heten en deze jongens geld, mooie kleding, mooie klokjes, dure auto’s en mooie dames, een Ferrari en een Audi hadden;
hij dat ook wel wilde;
hij vond dat die jongens het hadden gemaakt en het mooi konden vertellen;
hij zwaar in de schulden zat en die jongens een plan hadden om een huis te kopen, dat ze dan zouden renoveren;
hij en de jongens bij verkoop allebei de winst zouden pakken.
de jongens voor deden alsof ze vrienden van hem waren.
[naam 6] hem uit nodigde op zijn verjaardag,
ze hem wel eens opbelden belden met de vraag wat hij ging doen;
hij het gevoel had dat hij nieuwe vrienden had die hem het gevoel gaven dat ze hem wilde helpen;
het huis dat zou worden gekocht dan op zijn naam zou komen;
ze het huis samen zouden kopen;
hij het geld voor de aankoop zou leveren en zij de renovatiekosten op zich zouden nemen;
hiervoor er een lening moest worden afgesloten bij een bank in Duitsland;
hij tegen hen had gezegd dat dat toch eigenlijk niet zou kunnen;
volgens [eiser] dat in Duitsland geen probleem was;
hij ook met [naam 6] naar Duitsland is geweest om zich daar in te schrijven in de gemeente [plaatsnaam] .
hij wel een klein beetje Duits spreekt, maar hij geen gesprek in het Duits kan voeren.
hij door twee gladjakkers te pakken is genomen;
hij nu in de schulden zit;
de gladjakkers [eiser] en [naam 6] heten;
hij met [eiser] , [eiser] [naam 8] bedoelt, zo ken hij hem tenminste en hij met [naam 6] , [naam 6] [naam 4] bedoelt;
[eiser] in de [locatie 2] woonde en [naam 6] in een penthouse aan [locatie 3] ;
het hem tien jaar van zijn leven heeft gekost;
ze hem iets leuks hebben voorgespiegeld;
zij ( [eiser] en [naam 6] ) huizen in Duitsland zouden kopen die hij zou verbouwen;
er zo geld verdiend zou worden;
hij twee keer geld heeft opgehaald in Duitsland;
toen het geld binnen was, hij een poosje later een telefoontje kreeg dat het geld gestolen was bij een inbraak in [locatie 2] .
het geld weg was en hij in de schulden zat;
hij na de mededeling dat er ingebroken was ook geen contact meer met hen
de jongens dure auto’s Ferrari’s en dikke Audi’s en een Range Rover hadden;.
hij dacht dit zit wel goed;
hij op dat moment bij de Stadsbank zat en hierin een mogelijkheid zag om er uit
Geschil17. In geschil is of de aanslagen terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Meer specifiek ligt de vraag voor of sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast en of verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het belastbaar inkomen van eiser over 2015 tenminste € 60.000 bedroeg.
.Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat tegen de navorderingsaanslag en de daarbij opgelegde boetebeschikkingen afzonderlijk bezwaar is ingesteld en dat de uitspraak op dit bezwaar nog gedaan moet worden. De rechtbank overweegt dat, gelet op de tekst van het beroepschrift opgenomen onder 16, het onderhavig beroep enkel ziet op de uitspraak op bezwaar inzake het bezwaar tegen de (primitieve) aanslagen ib/pvv en Zvw 2015. De navorderingsaanslag ib/pvv 2015 en de daarbij opgelegde boete blijven bij de beoordeling buiten beschouwing.
.). De stelling van eiser dat vader contant geld aanhield om het risico op internetfraude te mitigeren acht de rechtbank niet aannemelijk. Het betreft een opname van een krediet en niet een opname van een bankrekening. Pas op het moment van opname van het krediet heeft vader de beschikking over het geldbedrag en loopt hij het risico van internetfraude. De rechtbank neemt in zijn oordeel ook mee dat niet weersproken is dat vader de door hem aangehouden contante geldbedragen niet heeft aangegeven in zijn belastingaangifte(s). Dat eiser stelt dat zijn vader de gelden heeft gebruikt om hobbymatig in roerende zaken/auto’s te handelen leidt niet tot een ander oordeel. Indien deze stelling van eiser juist is, had zijn vader de gelden niet beschikbaar om uit te lenen aan eiser. De blote stellingen van eiser hierover heeft de rechtbank niet kunnen verifiëren.
- Inkomen uit kredietfraude € 98.930
- Voordeel privé gebruik auto € 24.047
- Onverklaarde storingen