Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2022 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Apeldoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil4. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of de auto ten tijde van de controle op 8 april 2020 te 03:07 uur op de openbare weg stond geparkeerd. Daarnaast is in geschil of de boete terecht en naar de juiste hoogte is opgelegd.
Artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat, tenzij de hoogte van de boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, het bestuursorgaan de boete afstemt op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Paragraaf 6 en 7 van het BBBB bevatten bepalingen van dezelfde strekking.
€ 505 is het beroep gegrond.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor wat betreft de opgelegde boete;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor wat betreft de opgelegde boete;
- vermindert de boete tot € 505 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 10;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden.