Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 7 november 2022 in de zaken tussen
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar, wijziging van de douaneaangiften, toekenning van de verzoeken tot terugbetaling, en vernietiging van de utb en terugbetaling van een bedrag van € 39.659,22, met veroordeling van verweerder in de kosten van het geding.
De casus die ten grondslag lag aan dat arrest betrof een vrijwel identieke situatie als thans in deze zaken voorligt. Hoewel dit arrest betrekking had op de herzieningsbevoegdheid, zoals deze was opgenomen in artikel 78 van Pro het Communautair Douanewetboek (hierna: CDW) stelt eiseres dat de wijzigingsbevoegdheid van verweerder op grond van artikel 173 van Pro het DWU, zoals dat van toepassing is op de onderhavige aangiften, niet een beperktere reikwijdte heeft.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat artikel 173 DWU Pro de door eiseres gewenste wijziging van de vertegenwoordigingsvorm niet toestaat. Behalve dat de mogelijkheden tot wijziging onder het DWU zijn beperkt ten opzichte van de mogelijkheden tot herziening onder het CDW, wijst verweerder op een naar zijn inzicht belangrijk verschil tussen de aan het arrest Pfeifer & Langen van het Hof ten grondslag liggende casus en de thans voorliggende casus, namelijk dat eiseres haar volmacht tot indirecte vertegenwoordiging niet reeds bij de aangiften heeft overgelegd.
Vooraf
Beslissing
mr. W.J. Blokland, rechters, in aanwezigheid van E. Hoekman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2022.