Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2021 in de zaak tussen
[X], wonende te [Z], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil13. In geschil is of de hoorplicht is geschonden. Voorts is in geschil of de aanslag tot het juiste bedrag is opgelegd. Enkel de niet in aftrek toegelaten dieetkosten van € 400 zijn nog in geschil. Niet langer in geschil is dat recht bestaat op een aftrek van uitgaven van vervoer in verband met ziekte of invaliditeit van € 50 (voor verhogingsfactor). Daarnaast is in geschil of eiser zich met succes op het vertrouwensbeginsel kan beroepen. Tot slot is in geschil of eiser recht heeft op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
.Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de belastingaanslag. In zijn nader stuk verzoekt eiser de zaak terug te verwijzen naar verweerder vanwege de schending van het hoorrecht.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag ib/pvv 2017 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 9.059;
- bepaalt dat de belastingrente dienovereenkomstig; verminderd wordt;
- veroordeelt verweerder tot betaling van een immateriële schadevergoeding aan eiser ten bedrage van € 1.000.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.761, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden.