Eiser, eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak, maakte bezwaar tegen de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffing 2019 opgelegd door verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Bloemendaal. De aanslagen zijn gebaseerd op verordeningen die volgens eiser onverbindend zijn wegens overschrijding van de opbrengstlimiet. Verweerder handhaafde de aanslagen en gaf verschillende overzichten en toelichtingen, maar gaf onvoldoende inzicht in de aansluiting van de cijfers op de gemeentebegroting.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gevoerd en nadere vragen gesteld aan verweerder, die met aanvullende cijfermatige onderbouwingen reageerde. Eiser reageerde hierop en stelde dat de verordeningen onverbindend zijn omdat de begrote baten de lasten ruimschoots overschrijden en de cijfers niet aansluiten. De rechtbank concludeert dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de begrotingsgegevens, met name over de verrekende bijdragen, mutaties en kostenplaatsen.
Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer mag de opbrengst van deze heffingen de kosten niet overschrijden. De rechtbank oordeelt dat de overschrijding meer dan tien procent bedraagt, waardoor de verordeningen onverbindend zijn en de aanslagen vernietigd moeten worden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan eiser vergoed.