Eiser verzocht handhavend op te treden tegen een boothuis dat zonder omgevingsvergunning was geplaatst in het vaarwater achter een locatie in Bloemendaal. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat het boothuis niet als bouwwerk kwalificeert en geen vergunning vereist is.
De rechtbank onderzocht of het boothuis als bouwwerk kan worden aangemerkt. Het boothuis is circa 5,50 meter lang, 2,50 meter breed en 1,50 meter hoog, en is indirect met de grond verbonden via spanbanden aan een steiger. Dit voldoet aan de criteria voor een bouwwerk volgens de Wabo en jurisprudentie.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het boothuis ook als gebouw geldt, omdat het voor mensen toegankelijk is, overdekt en gedeeltelijk omsloten met wanden. Hierdoor is ook een omgevingsvergunning voor het gebruik vereist. Verweerder had dit niet onderkend, waardoor het bestreden besluit onjuist was.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.