ECLI:NL:RBNHO:2020:8925
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing box 3 over jaren 2015-2018 en individuele buitensporige last
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) over de jaren 2015 tot en met 2018, met name gericht op de vermogensrendementsheffing in box 3. De rechtbank laat de vraag of deze heffing op stelselniveau in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM voor de jaren 2017 en 2018 buiten beschouwing vanwege lopende massale bezwaarprocedures.
Voor de jaren 2015 en 2016 volgt de rechtbank het oordeel van de Hoge Raad over eerdere jaren en ziet geen aanleiding tot afwijking. De rechtbank beoordeelt dat er geen sprake is van een individuele en buitensporige last voor eiser, ondanks de hoge belastingdruk en het interen op het vermogen. Eiser en zijn partner beschikten over een hoog gezamenlijk vermogen en een inkomen uit vroegere dienstbetrekking, waardoor hun situatie wezenlijk verschilt van eerdere zaken waarin een dergelijke last werd aangenomen.
De rechtbank benadrukt dat de wetgever de enige is die corrigerend kan optreden, zeker nu het stelsel per 1 januari 2017 is gewijzigd. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2015-2018.