ECLI:NL:RBNHO:2020:6058
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag 2013 wegens strijd met correctiebeleid
Eiseres diende aangiften inkomstenbelasting in voor de jaren 2012 en 2013 met aftrekposten voor kosten levensonderhoud en studiekosten. De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen op wegens vermeende onrechtmatigheden in deze aftrekposten. De rechtbank oordeelt dat voor 2012 geen strijd met het correctiebeleid bestaat en de navorderingsaanslag terecht is opgelegd. Voor 2013 is de navorderingsaanslag echter in strijd met het correctiebeleid en wordt deze vernietigd.
De rechtbank stelt vast dat er geen sprake is van ambtelijk verzuim en dat de navorderingsaanslagen zijn gebaseerd op feiten die de inspecteur ten tijde van de oorspronkelijke aanslagen niet kende. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat vergelijkbare gevallen onjuist zijn behandeld.
De aftrek van kosten levensonderhoud voor een kind dat studiefinanciering ontving wordt afgewezen, evenals studiekosten die niet boven de wettelijke drempel uitkomen. De rechtbank kent een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van 11 maanden, vastgesteld op €1.000, waarvan €636 door de Belastingdienst en €364 door de Staat wordt vergoed.
De proceskosten worden toegewezen aan eiseres en vastgesteld op €1.572, met vergoeding van het betaalde griffierecht. Het hoger beroep kan binnen zes weken worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag 2012 wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de aanslag 2013 wordt gegrond verklaard en deze wordt vernietigd.