Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats 1] ,
Procesverloop
1 maart 2019 ingediende aanvraag voor een bijstandsuitkering afgewezen met toepassing van artikel 4:6 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
19 december 2018 is eiser gecontroleerd. De handhaver heeft waargenomen dat eiser zich rond 4.00 uur op alle drie controlemomenten bij de parkeerplaats bij het stadhuis opstelt in zijn auto. Hij verlaat de auto tussen 7.30 en 8.00 uur en drinkt koffie in de hal van de gemeente. Maar doordat de carterpan van de auto warm is en de uitlaat koud wijst op een eerder langdurig intensief gebruik en leidt tot het vermoeden dat eiser mogelijk elders zijn hoofdverblijf heeft. Deze waarneming vraagt volgens de handhaver om nader onderzoek. Uit nader onderzoek naar de auto met kenteken [kenteken 1] blijkt dat de auto staat op naam van [naam] die woont in [plaats 1] . Uit een reeks van waarnemingen komt naar voren dat eiser een relatieve korte periode namelijk van 4.00 uur tot ca 7.00 uur op de parkeerplaats in gemeente [plaats 2] verblijft. De auto is, wanneer aangetroffen in [plaats 1] , altijd geparkeerd zonder bestuurder in de omgeving van het woonadres van [naam] . Eiser verblijft dus in [plaats 1] niet langdurig in de auto zodat het aannemelijk is dat hij elders zijn hoofdverblijf heeft dan in zijn auto. In de auto zijn ook geen aanwijzingen gevonden voor bewoning. Wel wordt eiser waargenomen in schone wisselende kledingen is zijn persoonlijke verzorging uitstekend, zo volgt uit het rapport.
(26 september 2018 tot en met de datum van het afwijzingsbesluit (18 januari 2019).