ECLI:NL:RBNHO:2020:4355
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen bij afwijzing aanvraag bijstand Participatiewet
Verzoekster diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet, welke door verweerder werd afgewezen wegens het niet overleggen van alle gevraagde gegevens en het ontbreken van een geldig legitimatiebewijs. Verzoekster had een eerdere bijstandsuitkering die was beëindigd vanwege schending van de inlichtingenplicht. Zij stelde dat zij geen inkomsten of vermogen heeft en dat zij niet langer financiële steun van familie ontvangt, waardoor zij betalingsachterstanden heeft opgebouwd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege de financiële situatie van verzoekster en het risico op afsluiting van energielevering en betalingsachterstanden. Verzoekster had niet alle gevraagde stukken tijdig kunnen aanleveren, maar verweerder had ook niet het verzuim hersteld. De rechter vond dat verweerder de aanvraag terecht had afgewezen, maar dat het niet duidelijk was of dit besluit in bezwaar stand zou houden.
Daarom werd het primaire besluit geschorst tot zes weken na het besluit op bezwaar en werd verzoekster bij wijze van voorschot bijstand toegekend tot de toepasselijke norm. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.H. Lauryssen en griffier E.A.D. Horn op 15 juni 2020.
Uitkomst: Het primaire besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag is geschorst en verzoekster ontvangt bijstand als voorlopige voorziening.