ECLI:NL:CRVB:2018:3346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende informatieverstrekking
Appellante diende op 10 maart 2016 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Tijdens de aanvraagprocedure werd zij verzocht aanvullende informatie te verstrekken over haar levensonderhoud en de herkomst van kasstortingen op haar bankrekening. Appellante gaf verklaringen over leningen van familieleden en ex-partners, maar leverde geen bewijsstukken ter onderbouwing.
Het college wees de aanvraag af en vorderde het verstrekte voorschot terug, omdat appellante niet voldeed aan haar wettelijke inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het college onzorgvuldig had gehandeld en dat zij redelijkerwijs niet over de gevraagde verklaringen kon beschikken. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd van haar bewijsnood en dat zij geen inzicht had gegeven in haar levensonderhoud voorafgaand aan de aanvraag. Ook de latere toekenning van bijstand per 15 september 2016 bood geen grond voor toewijzing van de oorspronkelijke aanvraag.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende informatieverstrekking.