Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 januari 2020 in de zaken tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
2008.200920102011
98.989 312.129 452.982 470.451
2007.2008200920102011
104.521 42.188 37.943
totaal activa2.202.0282.210.9142.182.5282.122.2652.115.950
353.420 321.469 234.705 134.012 236.301
totaal passiva2.202.0282.210.9142.182.5282.122.2652.115.950
2007.2008200920102011
104.521 44.258 37.943
totaal activa14.375.86614.384.75214.356.36614.296.10314.289.788
353.420 321.469 234.705 270.921 236.300
totaal passiva14.375.86614.384.75214.356.36614.296.10314.289.788
2009.20102011
13.174.565 12.845.709 13.264.295
38.664.504 36.065.648 34.127.732
7.767.735 6.093.044 4.120.203
38.664.504 36.065.648 34.127.732
2007.2008200920102011
1.369.887 8.258.632 8.506.474 6.954.335 4.937.511
totaal passiva65.680.83870.727.08167.355.03064.777.80862.186.627
- Zijn alle op de zaken betrekking hebbende stukken ingebracht?
- Is sprake van schending van de hoorplicht en is artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) geschonden omdat in de uitspraak op bezwaar niet is aangegeven waarom eiseres niet is gehoord?
- Heeft verweerder de buitengewone last van € 150.000 terecht gecorrigeerd?
- Dienen de correcties op grond van artikel 10d van de Wet Vpb met toepassing van de concernratio achterwege te blijven?
- Kan het bij eiseres over de jaren 2004, 2005 en 2006 gehouden boekenonderzoek bij haar tot het gerechtvaardigde vertrouwen leiden dat bij de vaststelling van de aanslagen vpb over latere jaren geen correctie op grond van artikel 10d van de Wet Vpb zal plaatsvinden?
- Kan de aanslagregeling vpb over de jaren 2004 tot en met 2007 bij eiseres tot het gerechtvaardigde vertrouwen leiden dat bij de vaststelling van de aanslagen vpb over latere jaren geen correctie op grond van artikel 10d van de Wet Vpb zal plaatsvinden?
- Zijn de vergrijpboetes terecht en naar de juiste bedragen opgelegd?
- Is de heffingsrente naar het juiste bedrag vastgesteld?
- een brief van [E] aan verweerder van 15 oktober 2007 waarin hij ingaat op toepassing van de thincap-regeling bij [B] ;
€ 523,81 aan eiseres te vergoeden en de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid)
€ 4.976,19.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, doch uitsluitend voor zover deze betrekking hebben op de vergrijpboetes;
- vernietigt de vergrijpboetes;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de deels vernietigde uitspraken op bezwaar;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toe;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 523,81;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 4.976,19, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van in totaal € 649 aan eiseres te vergoeden.