Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 mei 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- laat de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar in stand met uitzondering van het onderdeel vermeld in overweging 18 (vraag 2 van de informatiebeschikking voor zover deze vraag betrekking heeft op mevrouw [O] );
- geeft eiser een termijn van drie maanden om de in de informatiebeschikking gevraagde informatie aan verweerder te overleggen;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 285,71;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 1.714,29;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten van € 1.311;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 46 vergoedt.