ECLI:NL:RBNHO:2019:8824
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting vanwege onjuiste winst uit aanmerkelijk belang
Eiseres werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2011, waarbij de winst uit aanmerkelijk belang aanzienlijk hoger werd vastgesteld dan in de aangifte was opgegeven. De rechtbank constateerde dat de navorderingsaanslag zowel absoluut als relatief sterk afweek van de ingediende aangifte, waardoor de bewijslast omkeerde en eiseres moest aantonen dat de aanslag onjuist was.
De kern van het geschil betrof de kwalificatie van opnamen in de rekening-courantverhouding tussen de echtgenoot van eiseres en zijn BV, [B] B.V., en de vraag of deze als dividend of lening moesten worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat de civielrechtelijke verhouding als uitgangspunt geldt en dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor een afwijkende fiscale kwalificatie.
Verder werd vastgesteld dat de echtgenoot van eiseres voldoende solvabel was om de schuld aan de BV terug te betalen en dat het niet betalen van rente over de rekening-courantschuld een fiscaal voordeel opleverde dat terecht in aanmerking werd genomen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees de vordering af.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2011 wordt ongegrond verklaard en afgewezen.