Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 4 oktober 2017
- het proces-verbaal van comparitie van 31 mei 2018 en de daarin vermelde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
7.712,00(2 punten × tarief € 3.856,00)
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], eigenaar van een melkveebedrijf, en de gemeente Waterland over de weigering van een wijzigingsplan voor het plaatsen van windturbines op zijn grond. De gemeente nam twee weigeringsbesluiten die door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werden vernietigd wegens onvoldoende motivering.
De kern van het geschil is of er causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige besluiten en de door [eiser] gestelde schade. De rechtbank past de leer van het hypothetisch rechtmatige besluit toe en concludeert dat de gemeente het verzoek ook rechtmatig had kunnen weigeren, mede gelet op het provinciale beleid en de ruimtelijke verordening.
De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] af, omdat geen causaal verband is tussen de onrechtmatige besluiten en de schade. Ook andere stellingen van onrechtmatig handelen en wanprestatie worden verworpen. [Eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op €11.606,00.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens ontbreken van causaal verband tussen onrechtmatige besluiten en schade.