ECLI:NL:RBNHO:2018:10816
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- M.C.A. Onderwater
- W.M.C. Schipper
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen navordering douanerechten wegens overschrijding vergunning BOD
Eiseres exploiteert een tankpark en beschikt over een vergunning behandeling onder douanetoezicht (BOD) met een maximumhoeveelheid van 10.000.000 kg voor de periode van 1 september 2011 tot en met 31 augustus 2014. Verweerder stelde vast dat eiseres in die periode circa 16,5 miljoen kg meer onder de douaneregeling BOD had geplaatst dan toegestaan, wat leidde tot een uitnodiging tot betaling (utb) van €396.916,14.
Eiseres voerde aan dat de hoeveelheid niet aan een maximum gebonden was of dat het maximum per maand gold, en dat de douane een vergissing had gemaakt door dit niet duidelijk te vermelden in de vergunning. Ook stelde zij dat de navordering in strijd was met de beginselen van rechtszekerheid, proportionaliteit en evenredigheid. Verweerder betwistte deze stellingen en stelde dat de vergunning duidelijk een totaalmaximum vermeldde en dat de overschrijding rechtvaardigt dat de utb gehandhaafd blijft.
De rechtbank oordeelde dat de vergunning BOD onmiskenbaar een totaalmaximum voor de gehele geldigheidsduur bevatte, dat de uitleg van eiseres niet verenigbaar is met de tekst van de vergunning en dat het risico van deze interpretatie voor haar komt. Er was geen sprake van een vergissing van de douaneautoriteiten in de zin van het Communautair Douanewetboek. Ook het beroep op nationale bestuursrechtelijke beginselen kon niet leiden tot vernietiging van de utb.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde de navordering van douanerechten. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de navordering douanerechten wordt ongegrond verklaard en de uitnodiging tot betaling wordt gehandhaafd.