ECLI:NL:RBNHO:2016:9336
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.M. Auwerda
- M.P.E. Oomens
- dr. R. Stijnen
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde terugvordering van bijstand van erfgename na overlijden moeder
De moeder van eiseres ontving bijstand en bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening. Na haar overlijden vorderde het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad een bedrag van € 2.553,84 terug van eiseres, de erfgename. Het college baseerde deze terugvordering op artikel 58 van Pro de Participatiewet (PW) en stelde dat eiseres de nalatenschap stilzwijgend had aanvaard.
Eiseres had de nalatenschap echter formeel verworpen en voerde aan dat zij slechts als zaakwaarnemer had gehandeld. De rechtbank stelde vast dat artikel 58 PW Pro geen grondslag biedt voor terugvordering van bijstand van een ander dan de bijstandsgerechtigde zelf. Verhaal op derden, zoals erfgenamen, is geregeld in andere bepalingen van de PW en valt onder de civiele rechter.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit voor zover het de terugvordering van € 2.553,84 betreft. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten en correctie van het griffierecht. De uitspraak bevestigt dat terugvordering van bijstand strikt aan de wettelijke bevoegdheidsgrondslagen moet worden getoetst en dat het college niet buiten die kaders mag treden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van € 2.553,84 van eiseres wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.