Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 september 2016 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Rotterdam, verweerder.
Procesverloop
Het logboek, de passages aangeduid als:
- 10 februari 2012,
- 22 februari 2012,
Overwegingen
niet vervallenvan de bevoegdheid tot navordering, hetgeen aldus moet worden opgevat dat de bevoegdheid tot navordering nog aanwezig diende te zijn ten tijde van de inwerkingtreding van de bepaling, derhalve op 1 januari 2012. Aan de letterlijke wettekst komt naar het oordeel van de rechtbank uit het oogpunt van rechtszekerheid in dit geval ook doorslaggevende betekenis toe. Het gaat hier immers om de vraag of sprake is van terugwerkende kracht, en indien de wetgever terugwerkende kracht wil verlenen aan een bepaling, dan zal dat uitdrukkelijk in de wet moeten worden opgenomen. De staatssecretaris van Financiën heeft in de Notitie terugwerkende kracht en eerbiedigende werking gezegd:
- misgelopen inkomsten op de op de navorderingsaanslagen betaalde
- proceskosten voor zover deze niet reeds integraal worden vergoed
€ 4.000.000
Beslissing
€ 500;