ECLI:NL:RBNHO:2016:6675
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldleningen en onzakelijk debiteurenrisico bij familielening aan zoon met verlieslijdende onderneming
Eiser heeft aan zijn zoon diverse geldleningen verstrekt ter financiering van diens verlieslijdende horecabedrijven. De zoon leed over meerdere jaren aanzienlijke verliezen en de ondernemingen hadden geen reële verhaalsmogelijkheden. Verweerder stelde dat de leningen onzakelijk waren omdat eiser een debiteurenrisico aanvaardde dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, mede vanwege het ontbreken van zekerheden, schriftelijke overeenkomsten en aflossingsschema's.
De rechtbank stelde vast dat eiser voor een bedrag van € 373.950 leningen had verstrekt en dat deze leningen in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijk waren. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat het debiteurenrisico onzakelijk was, omdat een derde onder dezelfde omstandigheden geen lening zou hebben verstrekt zonder zekerheden en rente. Eiser kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die een andere beoordeling rechtvaardigen.
Voorts kon eiser niet aantonen dat hij in redelijkheid mocht vertrouwen op een zakelijke lening, omdat verweerder niet op de hoogte was van de omstandigheden bij het verstrekken van de gelden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees afwaardering van de vorderingen af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Holland op 25 juli 2016.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd wegens onzakelijke lening met onacceptabel debiteurenrisico.