ECLI:NL:HR:2011:BP8952
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onzakelijke lening en terbeschikkingstellingsregeling in inkomstenbelasting
Belanghebbende, aandeelhouder van Beheer BV, verstrekte een lening aan deze vennootschap die onzakelijk werd geacht vanwege het aanvaarden van een debiteurenrisico dat een onafhankelijke derde niet zou aanvaarden. De lening viel onder de terbeschikkingstellingsregeling van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Na het faillissement van een dochtervennootschap en het kwijtschelden van de vordering op Beheer BV, bracht belanghebbende het verlies ten onrechte ten laste van zijn resultaat uit overige werkzaamheid. Zowel rechtbank als hof verwierpen zijn beroep.
De Hoge Raad bevestigt dat de onzakelijke lening en de kwijtschelding daarvan fiscaal moeten worden behandeld als een informele kapitaalstorting en dat het verlies niet aftrekbaar is. Het arrest sluit aan bij eerdere jurisprudentie en verduidelijkt de toepassing van de terbeschikkingstellingsregeling op leningen van aandeelhouders aan hun vennootschap.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verlies uit de kwijtschelding van de onzakelijke lening mag niet ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheid worden gebracht.