Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 2.006.246,33en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De vordering wordt onderbouwd met het ‘Rapport Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling’ d.d. 2 mei 2011.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de verdediging
soortgelijkefeiten of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan.’
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 0,00
€ 2.128.015,18
€ 2.089.198,27.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 2.089.198,27ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.