Eisers ontvingen vanaf 20 juli 2001 bijstand van verweerder. Bij besluit van 16 september 2013 werd vastgesteld dat zij vanaf 10 februari 2007 ten onrechte bijstand ontvingen vanwege het niet melden van onroerende zaken in Turkije. Dit besluit is onherroepelijk geworden nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard.
Het bestreden besluit betreft de terugvordering van €126.103,64 aan te veel betaalde bijstand over de periode van 10 februari 2007 tot en met 31 mei 2013. Eisers voerden aan dat de onroerende zaken getaxeerd waren op €80.000 en dat de terugvordering niet volledig zou moeten plaatsvinden zonder rekening te houden met intering op het vermogen.
Verweerder stelde dat de interingsnorm niet van toepassing is bij verzwegen vermogen en dat de taxatiewaarde niet relevant is omdat het object inmiddels is verkocht zonder bekendmaking van de verkoopsom. Jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep bevestigt dat terugvordering plaatsvindt indien het recht op bijstand niet bestond door schending van de inlichtingenplicht. Eisers konden niet aantonen dat zij recht op bijstand hadden gehad bij juiste informatieverstrekking, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.