Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 juli 2014 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
10 augustus 1998 is op verschillende locaties asbest verwijderd.
Rechtbank Noord-Holland
De Stichting voor Interconfessioneel voortgezet onderwijs in Oostelijk West-Friesland diende een spoedaanvraag in voor bekostiging van huisvesting vanwege asbestbesmetting in het schoolgebouw van het Martinuscollege. Het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec wees deze aanvraag aanvankelijk volledig af, later deels toe voor saneringskosten van onbeschadigd asbest.
De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte de aanvraag voor noodhuisvesting en schade aan gebouw, leer- en hulpmiddelen afwees met het argument dat dit geen voorzieningen in de zin van de Wvo zijn of dat verhaal op derden mogelijk is. Ook werd ten onrechte aangenomen dat er sprake was van verwijtbaar nalaten van onderhoud en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden.
Verder concludeert de rechtbank dat zowel eiseres als verweerder vanaf 1998 redelijkerwijs wisten van de aanwezigheid van meer asbest dan geïnventariseerd, waardoor zij zorgvuldigheid hadden moeten betrachten bij werkzaamheden. Het college heeft onvoldoende onderzocht welke partij schuld heeft aan de schade en mag de aanvraag niet weigeren zonder nader onderzoek.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden proceskosten aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.