Eisers hebben een woning verkocht aan gedaagde met een overeengekomen leveringsdatum van 5 augustus 2024. Deze datum kwalificeert als een fatale termijn, waardoor gedaagde vanaf die datum in verzuim is zonder dat een ingebrekestelling vereist was. Ondanks meerdere uitstelverzoeken van gedaagde en toezeggingen over het sturen van een ingebrekestelling, heeft eiseres de koopovereenkomst op 12 december 2024 rechtsgeldig ontbonden.
Gedaagde stelde dat hij niet in verzuim was omdat geen ingebrekestelling was gestuurd en vorderde nakoming van de koopovereenkomst. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat het enkele feit dat eiseres gelegenheid bood tot nakoming niet betekent dat zij afstand deed van haar rechten. Ook was het onredelijk om te verwachten dat eiseres de juridische betekenis van een ingebrekestelling volledig zou overzien.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van de contractuele boete van €138.000, een schadevergoeding van €56.433,79 tot 18 november 2024, en de beslagkosten van €2.248,98. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de schade na 18 november 2024, nader op te maken bij staat, en tot betaling van de proceskosten. De vorderingen van gedaagde tot nakoming werden afgewezen omdat de overeenkomst was ontbonden.