ECLI:NL:RBMNE:2026:4290

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
C/16/581685 / HA RK 24-173
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 199 lid 3 RvArt. 205 lid 2 RvArt. 7:959 lid 1 BWArt. 6:96 lid 2 BW
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot kostenveroordeling deskundigenbericht in civiele procedure over SVI-verzekering

In deze civiele procedure tussen verzoeker en Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Mij. N.V. (NN) staat de vraag centraal wie de kosten van een deskundigenbericht moet dragen. De rechtbank verwijst naar eerdere procesverlopen en benoemde deskundige mw. D. Neumann. NN stelt dat verzoeker de kosten moet betalen omdat NN niet de aansprakelijke partij is en de schade al had kunnen worden afgewikkeld. Verzoeker betwist dit en beroept zich op wettelijke bepalingen en jurisprudentie die stellen dat de SVI-verzekeraar ook de kosten van schadevaststelling moet dragen.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 205 lid 2 Rv Pro (oud) moet worden vastgesteld wie het loon van de deskundige betaalt, maar dat deze bepaling niet duidelijkheid geeft over wie de meest gerede partij is. Omdat nog geen bodemprocedure is gestart en de aansprakelijkheid niet is vastgesteld, kan de rechtbank hierover geen oordeel vellen. NN is als SVI-verzekeraar gehouden de schade te vergoeden, maar niet als aansprakelijke partij. Het deskundigenrapport geeft geen eenduidige conclusie over het causaal verband.

Daarom blijft de hoofdregel van toepassing dat de verzoekende partij de kosten draagt. Verzoeker moet de kosten van € 4.549,60 inclusief btw betalen, waarvan € 4.381,60 reeds door ’s Rijks kas is voorgeschoten. Verzoeker wordt veroordeeld tot betaling van het restantbedrag en het voorschot aan de griffier. De rechtbank wijst de door verzoeker aangehaalde jurisprudentie af omdat deze betrekking heeft op kosten die door de aansprakelijke partij gedragen moeten worden.

Uitkomst: Verzoeker moet de kosten van het deskundigenbericht betalen omdat nog geen aansprakelijkheid is vastgesteld en NN niet de aansprakelijke partij is.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/581685 / HA RK 24-173
Beschikking van 9 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. I.J. Penning,
tegen
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MIJ. N.V.,
te Den Haag,
verwerende partij,
hierna te noemen: NN,
advocaat: mr. L.J. Bergshoeff-Sonneveld.

1.Verloop van de (verdere) procedure

1.1
De rechtbank verwijst naar de beschikking van 19 februari 2025 en het daarin weergegeven procesverloop tot dan toe.
1.2
Mw. D. Neumann is als deskundige benoemd.
1.3
Op 8 mei 2026 heeft de rechtbank partijen verzocht om binnen 10 dagen te laten weten of er een bodemprocedure aanhangig is en om mede te delen wie de kosten van de deskundige zal dragen.
1.4
Mr. L.J. Bergshoeff heeft laten weten dat er geen bodemprocedure aanhangig is en dat NN van mening is dat [verzoeker] de kosten voor het deskundigenonderzoek te voldoen. De reden daarvoor is volgens NN dat de kosten van het deskundigenbericht voor rekening van de verzoekende partij komt en dat naar de mening van NN de schade al afgewikkeld had kunnen worden. Tot slot wijst mr. Bergshoeff op een arrest van het Hof Amsterdam, waaruit volgt dat de kosten voor rekening van [verzoeker] komen omdat het gaat om een SVI-verzekering en NN niet de aansprakelijke partij is voor de gevolgen van het ongeval (Gerechtshof Amsterdam 1 december 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3315).
1.5
[verzoeker] is het niet eens met NN en is van mening dat NN de kosten van het deskundigenbericht dient te voldoen. Daarvoor geeft [verzoeker] een aantal redenen:
  • NN is als SVI-verzekeraar gehouden om de letselschade van [verzoeker] als gevolg van het ongeval te dragen.
  • Op grond van artikel 7:959 lid 1 BW Pro komen ook de kosten tot het vaststellen van de schade voor rekening van NN. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat in dat artikel aansluiting is gezocht bij (thans) artikel 6:96 lid Pro 2, aanhef en onder b, BW. Zie ook arrest van de HR van 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1174.
  • In artikel 2.3 van de polisvoorwaarden van NN staat dat de schade wordt vastgesteld zoals omschreven in boek 6 van het BW. Op grond van artikel 6:96 lid 2 BW Pro vallen hier ook onder alle redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid.
  • Er is voldaan aan de voorwaarden die de Hoge Raad heeft gesteld voor welke kosten in aanmerking komen voor vergoeding ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (ECLI:NL:HR:2015:586 en ECLI:NL:HR:2003:AF7423). Een psychiatrische expertise was een noodzakelijke vervolgstap om de ongevalsgevolgen vast te stellen en een volgende stap te maken in het vaststellen van de schade. En zowel de medisch adviseur van [verzoeker] als neuropsycholoog [A] adviseerden om een psychiatrische expertise in gang te zetten.
  • Uit het rapport van psychiater Neumann blijkt dat zij meent dat er op basis van de anamnese sprake is van een indirect verband tussen de klachten en het ongeval in 2015. De psychische klachten zijn volgens haar later ontstaan en zijn mede een gevolg van een reeds langer bestaande persoonlijkheidsstructuur, maar volgens [verzoeker] doet dat niets af aan het causaal verband tussen de klachten en het ongeval, nu in het aansprakelijkheidsrecht geldt: “the tortfeasor takes the victim as he finds him.”

2.De beoordeling

2.1
Omdat de kosten van het deskundigenonderzoek op grond van artikel 199 lid 3 Rv Pro door de griffier ten laste van ’s Rijks kas is gebracht, dient op grond van artikel 205 lid 2 Rv Pro (oud) te worden vastgesteld welk deel van het loon van de deskundige door elk van de partijen dient te worden gedragen. Het loon van mw. D. Neumann bedraagt € 4.549,60 inclusief 21% BTW.
2.2
Artikel 205 lid 2 Rv Pro (oud) beantwoordt niet de vraag wie de meest gerede partij is om in de kosten van een deskundigenbericht te worden veroordeeld en ook de parlementaire geschiedenis biedt hierover geen duidelijkheid. Tijdens de parlementaire behandeling heeft de minister wel aangegeven geen inbreuk te willen plegen op het beginsel dat de verliezende partij de kosten draagt, maar als geen bodemprocedure volgt of aansprakelijkheid buiten rechte wordt erkend, blijft onduidelijk wie de “verliezende partij” is. Het past de rechtbank in beginsel ook niet om zich, in het kader van de beslissing die op grond van artikel 205 lid 2 Rv Pro over de kosten moet worden genomen, uit te laten over de mogelijke aansprakelijkheid, nu het debat daarover nog niet is gevoerd en partijen dat – kennelijk – ook (nog) niet ten overstaan van een rechter wensen te voeren.
2.3
In deze zaak overweegt de rechtbank als volgt. NN is als SVI-verzekeraar gehouden schade
als gevolg vanhet ongeval te vergoeden. Niet omdat NN de aansprakelijke partij is, maar omdat de SVI dekking biedt voor schade die [verzoeker] als gevolg van het ongeval heeft gehad. Uit de door dr. Neumann verrichte expertise volgt (nog) geen eenduidige conclusie. Dr. Neumann heeft in haar rapport aangeven dat er een
indirectverband kan worden gelegd tussen de klachten enerzijds en het ongeval in 2015 anderzijds. De psychische klachten zijn pas later ontstaan en zijn mede het gevolg van een reeds langer bestaande persoonlijkheidsstoornis. Met deze stand van zaken en gelet op de eerdere overweging dat het de rechtbank in deze fase van de procedure niet past conclusies over de aansprakelijkheid te trekken, kan niet worden gezegd wie nu de ‘verliezende partij’ is. De rechtbank zal daarom op dit moment niet afwijken van de hoofdregel van artikel 195 Rv Pro dat de verzoekende partij de kosten moet dragen. Dat betekent dat de kosten van het onderzoek door de deskundige door [verzoeker] betaald moeten worden.
2.4
[verzoeker] heeft nog twee uitspraken aangehaald, namelijk ECLI:NL:HR:2015:586 en ECLI:NL:HR:2003:AF7423. Die uitspraken hebben echter betrekking op kosten die ten laste komen van de aansprakelijke partij. NN is zoals al overwogen in 2.3 niet de aansprakelijke partij. De uitspraken bieden daarom geen aanknopingspunt om tot het oordeel te komen dat NN de kosten van de deskundige moet betalen.
[verzoeker] moet de kosten van het voorlopige deskundigenbericht dragen
2.5
De hoogte van het voorschot was € 3.581,60. Er is nog een aanvullend voorschot verstrekt van € 800. In totaal gaat het om € 4.381,60. Die kosten zijn ten laste gekomen van ’s Rijks kas. De eindnota bedraagt € 4.549,60 inclusief 21% BTW. Het verschil tussen de begroting en de eindnota is € 168. Dat bedrag zal [verzoeker] aan dr. Neumann moeten betalen. Het bedrag van € 4.381,60 zal [verzoeker] moeten voldoen aan de griffier van de rechtbank. Hij zal daarvoor een nota ontvangen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1
bepaalt dat [verzoeker] de kosten van het voorlopig deskundigenbericht van
dr. Neumann van € 4.549,60 inclusief 21% BTW dient te dragen,
3.2
veroordeelt [verzoeker] om € 168,00, het verschil tussen de begroting en de eindnota, te betalen aan dr. Neumann,
3.3
veroordeelt [verzoeker] een bedrag van € 4.381,60 (inclusief btw) – zijnde de ten laste van ’s Rijks kas voorgeschoten deskundigenkosten – te voldoen aan de griffier van de rechtbank door overmaking van het bedrag onder vermelding van “kosten deskundigenonderzoek [verzoeker] ” en het zaaknummer binnen veertien dagen nadat zij daarvoor een nota van de griffier hebben ontvangen,
3.4
draagt aan de griffier op voor de kosten van het deskundigenbericht aan [verzoeker] een nota toe te zenden.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Erich en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.