ECLI:NL:HR:2003:AF7423
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vergoeding van kosten ter vaststelling van letselschade na verkeersongeval
De zaak betreft een bestuurder die in 1989 betrokken was bij een aanrijding waarbij de tegenpartij aansprakelijk was en verzekerd bij Elvia Schadeverzekeringen N.V. De bestuurder vordert vergoeding van buitengerechtelijke kosten gemaakt voor het vaststellen van letselschade die zich later zou hebben geopenbaard. De Kantonrechter kende in eerste aanleg vergoeding toe, maar de Rechtbank wees de vordering af omdat nog niet vaststond dat er daadwerkelijk letselschade was geleden.
De Hoge Raad stelt vast dat artikel 6:96 lid 2 BW Pro geen zelfstandige grondslag biedt voor vergoeding van kosten die gemaakt worden om te onderzoeken of schade is geleden en of iemand aansprakelijk is. Wel kunnen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking komen indien er een wettelijke verplichting tot schadevergoeding bestaat.
De Hoge Raad benadrukt dat het causaal verband tussen de aanrijding en de gevorderde kosten moet worden aangetoond, maar dat de rechter in bepaalde omstandigheden dit bewijs voorshands kan aannemen. Ook kosten van deskundige bijstand kunnen onder voorwaarden worden vergoed.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt zij London Verzekeringen in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij vergoeding van kosten ter vaststelling van letselschade mogelijk is.