ECLI:NL:RBMNE:2026:3005

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/6101
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M. Willemse
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:2 AwbArt. 7:3 AwbArt. 7:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bezwaar tegen WIA-uitkering en geschiktheid arbeidskundige functies

Eiseres, die na ziekte een WIA-uitkering aanvraagt, kreeg aanvankelijk een afwijzing. Na bezwaar en beroep werd een uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 37,8%. Eiseres betwistte de medische beoordeling en de geschiktheid van de door het UWV geduide functies.

De rechtbank oordeelt dat het UWV de hoorplicht niet heeft geschonden, aangezien eiseres zelf afzag van de hoorzitting na mededeling dat een verzekeringsarts bezwaar en beroep niet aanwezig zou zijn. De medische beoordeling is zorgvuldig en sluit aan bij de aanwezige medische gegevens, waarbij geen nieuwe medische inzichten zijn aangevoerd die tot een andere beoordeling leiden.

De arbeidskundige functies zijn passend binnen de beperkingen van eiseres, ook al zijn sommige functies aangepast door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. De rechtbank volgt de uitleg over tillen en dragen conform de NIOSH-methode en acht de functies geschikt.

Eiseres heeft ten onrechte dubbel griffierecht betaald door een procedurefout van het UWV, waarvoor vergoeding wordt toegekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en het griffierecht wordt vergoed.

Uitkomst: Het beroep tegen het WIA-besluit wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6101

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. van den Os),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,het Uwv, verweerder
(gemachtigde: Y.M. Bekema).

Voorgeschiedenis en besluitvorming

1. Eiseres heeft gewerkt als [functie] bij [bedrijf] (ex-werkgever) voor gemiddeld 30,28 uur per week. Op 5 augustus 2020 heeft zij zich ziek gemeld vanuit de Werkloosheidswet (WW), waarna eiseres een uitkering op grond van de Ziektewet ontving. Na een wachttijd van 104 weken heeft eiseres een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
1.1.
Het Uwv heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt en is in beroep gegaan. Na een aantal tussenuitspraken van de rechtbank heeft de rechtbank op 19 november 2025 einduitspraak gedaan. [1] Op grond van die uitspraak heeft eiseres geen recht op een WIA-uitkering.
1.2.
Op 30 juli 2024 heeft eiseres bij het Uwv opnieuw een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de WIA. Met het besluit van 10 december 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv aan eiseres een uitkering toegekend per 21 oktober 2024 (datum in geding), op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,85%. Eiseres is daartegen in bezwaar gegaan.
1.3.
Met het besluit van 12 september 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en is haar arbeidsongeschiktheidspercentage gewijzigd naar 37,79%. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 17 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van het Uwv deelgenomen.

Beoordeling van de rechtbank

Toetsingskader
2. De rechtbank stelt voorop dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel:
 op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;
 geen tegenstrijdigheden bevatten, en;
 voldoende begrijpelijk zijn.
De rapporten en besluiten zijn in beroep aanvechtbaar. Daarvoor moet eiseres aanvoeren (en zo nodig aannemelijk maken) dat de rapporten niet aan deze voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk. Hoe eiseres zich zelf voelt zonder dat daar een medische onderbouwing voor is, is daarvoor niet genoeg.
De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek/schending hoorplicht
3. Eiseres voert aan dat het onderzoek onzorgvuldig is verricht omdat zij niet is onderzocht door een verzekeringsarts bezwaar en beroep in de bezwaarfase. Eiseres stelt dat zij heeft afgezien van het spreekuur omdat dat volgens haar zinloos was. Immers, het Uwv had haar meegedeeld dat er geen verzekeringsarts bezwaar en beroep aanwezig zou zijn, terwijl zij specifiek had verzocht om zijn aanwezigheid.
3.1.
De rechtbank overweegt hierover het volgende. Op grond van artikel 7:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt een bestuursorgaan, voordat het op het bezwaar beslist, belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord. Artikel 7:3, onder d, van de Awb bepaalt dat van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het bestuursorgaan gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt verder dat er geen regel is die voorschrijft dat een verzekeringsarts bezwaar en beroep aanwezig moet zijn tijdens de hoorzitting of zelf lichamelijk onderzoek moet verrichten. [2]
3.2.
Het Uwv heeft eiseres uitgenodigd voor een hoorzitting. Eiseres heeft hierbij verzocht om de aanwezigheid van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Na de mededeling van het Uwv dat er geen verzekeringsarts bezwaar en beroep aanwezig zou zijn, omdat die dit niet noodzakelijk achtte, heeft eiseres afgezien van de hoorzitting. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 1 augustus 2025 wordt onderbouwd waarom hij geen noodzaak zag in een aanvullend onderzoek. Volgens hem zijn in het dossier voldoende gegevens aanwezig om een afgewogen oordeel te kunnen geven. Het dossier bevat uitgebreide medische gegevens van 2020 tot heden, waarbij ook recente medische stukken zijn betrokken. Ook is eiseres in de primaire fase nog gezien op het spreekuur van de verzekeringsarts op 28 oktober 2024, waarbij zij is onderzocht.
3.3.
De rechtbank is van oordeel dat de hoorplicht niet is geschonden. Eiseres heeft zelf afgezien van de hoorzitting. Uit overweging 3.1. volgt dat er geen regel is die voorschrijft dat een verzekeringsarts bezwaar en beroep aanwezig moet zijn tijdens de hoorzitting. De beroepsgrond slaagt niet.
De medische beoordeling
4. Eiseres voert aan dat zij meer beperkt is dan het Uwv heeft aangenomen. Zij stelt dat er onvoldoende rekening is gehouden met haar fysieke klachten, waarbij zij specifiek wijst op de verergerde klachten in haar hand door fibromyalgie en de bijgekomen diagnose Dupuytren. Op grond daarvan moeten er verdergaande beperkingen worden aangenomen met betrekking tot haar hand- en vingerbewerkingen. Ook stelt zij dat er onvoldoende beperkingen zijn vastgesteld op grond van haar mentale klachten. Tot slot wijst eiseres erop dat er een verdergaande urenbeperking moet worden aangenomen. Zij heeft een lange hersteltijd nodig voor de EMDR therapie die zij volgt en zij heeft ernstige vermoeidheidsklachten.
4.1.
De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 1 augustus 2025, die ten grondslag ligt aan het bestreden besluit, beschrijft dat er bij eiseres sprake is een aantal fysieke en mentale beperkingen, gebaseerd op de diagnoses (andere specificeerde) trauma- of stressgerelateerde stoornis, rouwreactie, fibromyalgie, pijn in bovenste extremiteit en Dupuytren. In de functionele mogelijkhedenlijst (FML) zijn diverse beperkingen aangenomen in de rubrieken Persoonlijk functioneren, Sociaal functioneren, Fysieke omgevingseisen, Dynamische handelingen, Statische houdingen en Werktijden. Ten aanzien van de fysieke en mentale klachten stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de beperkingen passend zijn bij de gestelde diagnoses en dat er tevens geen verergering is vastgesteld. Over de urenbeperking stelt de verzekeringsarts dat er bij de huidige urenbeperking al rekening is gehouden met de klachten en behandeling is van eiseres.
4.2.
Ter beantwoording van de vraag of het medisch oordeel van het Uwv wordt gevolgd, beoordeelt de rechtbank of eiseres met wat zij heeft aangevoerd, (voldoende) twijfel heeft doen ontstaan aan de juistheid van die beoordeling. De rechtbank overweegt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten aanzien van de fysieke klachten in zijn rapport van 1 augustus 2025 heeft aangetoond dat eiseres al sinds 2020 bekend is met spier- en gewrichtsklachten die passen bij fibromyalgie. In het onderzoek van de primaire verzekeringsarts van 11 november 2024 wordt gesproken dat eiseres normale vingerbewegingen maakt, een redelijk goede knijpkracht heeft en dat er geen sprake is van zwellingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt dat de bevindingen van de primaire verzekeringsarts gelijk zijn aan de bevindingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 21 november 2023. Er komt met andere woorden, in tegenstelling tot wat eiseres aangeeft, geen verslechterd beeld naar voren van haar klachten per datum in geding, ook al is eiseres inmiddels gediagnostiseerd met de ziekte van Dupuytren. De klachten die eiseres ervaart op basis daarvan, bestonden ook al aan de hand van de diagnose fibromyalgie. Voor een conclusie dat meer beperkingen hadden moeten worden aangenomen, heeft eiseres geen nieuwe medische inzichten naar voren gebracht.
4.3.
Met betrekking tot de mentale klachten stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de klachten van eiseres uitgebreid aan bod zijn gekomen bij het onderzoek van de primaire verzekeringsarts. Op grond daarvan zijn beperkingen aangenomen en meegewogen in de FML. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft wel aanleiding gezien om een aantal nadere beperkingen aan te nemen met betrekking tot werkzaamheden met hoge mentale complexiteit en werkzaamheden in het ziekenhuis. Voor een conclusie dat meer beperkingen hadden moeten worden aangenomen, heeft eiseres geen nieuwe medische inzichten naar voren gebracht.
4.4.
Met betrekking tot de urenbeperking stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de aangenomen urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week passend is. Bij de urenbeperking is al rekening gehouden met de vermoeidheidsklachten, de PTSS en het behandeltraject van eiseres. Eiseres heeft vervolgens niet aangetoond dat zij structureel EMDR therapie volgt, waarvoor aanvullende rustbehoefte nodig zou zijn. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep hiermee inzichtelijk en navolgbaar heeft gemotiveerd hoe hij tot de medische beoordeling is gekomen. Eiseres heeft in beroep ook geen medische informatie overgelegd, die aanleiding geeft tot twijfel aan de juistheid van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling. De beroepsgrond slaagt niet.
Arbeidskundig
5. Eiseres stelt dat zij de geduide functies niet kan uitvoeren. Zij stelt dat zij de functies met SBC-code 315140 & SBC-code 272043 niet kan uitvoeren omdat dit fysiek te belastend is. Zij kan volgens de FML namelijk maximaal 5 kg tillen en incidenteel 10 kg tillen. Bij die functies moet zij te vaak 10 kg tillen en is geen sprake van incidenteel tillen. Eiseres verwijst hierbij naar een uitspraak van de CRvB. [3] Daarnaast stelt eiseres dat zij de geduide functie met SBC-code 272042 niet kan uitvoeren omdat zij de vereiste de schroefbewegingen niet kan maken, ook heeft zij niet de vereiste knijp- en grijpkracht. Ten aanzien van de functie met SBC-codes 315173 & 315174, stelt eiseres dat zij die niet uitvoeren omdat zij niet in staat is conflicten of lastige situaties aan te kunnen. Daarnaast wijst eiseres erop dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten onrechte twee functies heeft geduid als geschikte functies terwijl de primaire arbeidsdeskundige deze functies ongeschikt had bevonden.
FML
5.1.
Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat moet worden uitgegaan van de juistheid van de FML van 1 augustus 2025. In die FML wordt eiseres, voor zover relevant voor de bespreking van de beroepsgrond, beperkt voor de onderdelen Schroefbewegingen met hand en arm, Duwen en trekken, Tillen tijdens het werk, en Dragen tijdens het werk. Eiseres wordt in de FML dus niet beperkt voor knijp- en grijpkracht. De beroepsgrond, voor zover deze ziet op de stelling van eiseres dat zij de functies niet kan verrichten wegens ontbreken van knijp- en grijpkracht, slaagt dus niet.
Fysiek (tillen)
5.2.
De rechtbank overweegt ten aanzien van het tillen het volgende. Op de onderdelen 4.13 Tillen tijdens het werk (beperkt, kan ongeveer vijf kg tillen, incidenteel tot tien kg) en 4.14 Dragen tijdens het werk (beperkt, kan ongeveer vijf kg tillen, incidenteel tot tien kg). Volgens de NIOSH-methode [4] , die door Gezondheidsraad [5] wordt onderschreven en ook door de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt gehanteerd [6] , wordt twee keer of minder per uur tillen [7] als ‘incidenteel’ aangemerkt. Dragen [8] ligt in het verlengde van tillen. In de uitspraak van de CRvB waar eiseres naar verwijst, stelt de CRvB dat het tillen van 10 kg niet meer als incidenteel kan worden aangemerkt als dit een structureel deel vormt van de werkzaamheden, elke dag terugkeert en twee tot drie keer per twee werkuren moet worden verricht.
5.3.
In de geduide functies waar eiseres in dit verband naar verwijst geldt het volgende. Bij de functie met SBC-code 315140 is sprake van twee keer 10 kg tillen per volledige werkdag. Naar het oordeel van de rechtbank is deze functie geschikt omdat bij deze functie sprake is van incidenteel tillen en dragen aangezien dit niet twee tot drie keer per twee werkuren hoeft te worden verricht en dit geen structureel deel vormt van de werkzaamheden.
5.4.
Bij de functie met SBC-code 272043 is volgens de functiebelasting sprake van tweemaal per uur 10 kg tillen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep schrijft hierover dat dit tijdens 2 werkuren 2 maal per uur voorkomt voor ongeveer 1 minuut. Hij stelt vervolgens dat dit slechts wekelijks en niet dagelijks voorkomt omdat er een kar beschikbaar is waardoor het dragen/tillen aanzienlijk wordt verminderd. Naar het oordeel van de rechtbank is deze functie geschikt omdat bij deze functie sprake is van incidenteel tillen en dragen aangezien dit niet twee tot drie keer per twee werkuren hoeft te worden verricht en dit geen structureel deel vormt van de werkzaamheden.
Fysiek (hand/schroef)
5.5.
Bij de functie met SBC-code 272042 is sprake van fijn gecoördineerde handelingen zoals tornen, rijgen, knippen en naaien. Dit past binnen de beperkingen van eiseres, zij is namelijk enkel beperkt voor het maken van frequente en krachtige schroefbewegingen en niet voor het maken van fijn gecoördineerde bewegingen. Naar het oordeel van de rechtbank is deze functie daarom geschikt.
Conflicten of lastige situaties
5.6.
Bij de functies met SBC-codes 315173 & 315174 is er gemiddeld twee keer
per maand sprake van een onredelijke of boze contactpersoon aan de telefoon, waarbij er de mogelijkheid is voor eiseres om een supervisor in te schakelen. Volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep duidt dit op een lage frequentie en een aanwezige vangnetstructuur. De rechtbank overweegt dat eiseres beperkt is in het hanteren van emotionele problematiek van anderen, waarbij het nodig is dat eiseres voldoende afstand kan bewaren. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de functies geschikt omdat de functies naar hun aard weinig kans bieden op emotioneel belastende interacties aangezien de telefoongesprekken primair commercieel of informatief van aard zijn. Daarnaast kan eiseres een leidinggevende inschakelen bij eventuele confrontaties waardoor eiseres voldoende afstand kan bewaren.
Wijzigen van functies door arbeidsdeskundige bezwaar en beroep
5.7.
De rechtbank overweegt dat het Uwv op grond van artikel 7:11 van Pro de Awb verplicht is om naar aanleiding van het bezwaar van eiseres het primaire besluit volledig te heroverwegen. Naar aanleiding van de heroverweging heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep een nieuwe FML opgesteld waarin diverse onderdelen zijn aangepast en herzien. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft op grond van de nieuwe FML functies geduid die passen binnen de vastgestelde beperkingen in afwijking van de geduide functies van de primaire arbeidsdeskundige. De rechtbank oordeelt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep op grond van de heroverweging van het bestreden besluiten mocht afwijken van de zienswijze van de primaire arbeidsdeskundige.
Dubbel griffierecht
6. Eiseres heeft ten onrechte dubbel griffierecht voldaan in deze beroepsprocedure. In het kader van het uitblijven van een beslissing op bezwaar is eiseres in beroep gegaan en heeft daartoe griffierecht voldaan. Het Uwv heeft bij die beroepsprocedure verzuimd het bestreden besluit in te brengen, waardoor eiseres ertoe was gehouden wederom in beroep te gaan en wederom griffierecht te voldoen. Het Uwv heeft ter zitting erkend dat de dubbele betaling van het griffierecht het gevolg is geweest van een aan het Uwv toe te rekenen fout en heeft zich bereid verklaard het eerder betaalde griffierecht te vergoeden aan eiseres.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in bestand blijft. Wel krijgt eiseres het griffierecht terug omdat zij dubbel griffierecht heeft moeten voldoen. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Willemse, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Yalcinkaya, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026.
De griffier is verhinderd de uitspraak
mede te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraken van Rechtbank Midden-Nederland van 12 juli 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:4161), 11 december 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:7441),
2.Zie de uitspraken van CRvB van 31 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3492;
3.Zie de uitspraak van de CRvB van 26 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL6151.
4.Wat is de NIOSH-methode? | Arboportaal (
5.2012/36 Tillen tijdens werk, advies van 20 december 2012 van de Gezondheidsraad aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (
6.Wat zegt de wet over tillen en dragen? | Tillen en dragen | Arboportaal (
7.In het CBBS is ‘Tillen’ het met de hand(en) oppakken van minimaal 500 gram, gedurende korte tijd vasthouden en weer neerzetten van voorwerpen.
8.In het CBBS is ‘Dragen’ het verplaatsen van voorwerpen van minimaal 500 gram met gebruik van de hand(en) en arm(en), waarbij er meer dan één meter gelopen moet worden en/of de last meer dan tien seconden moet worden vastgehouden.