Beoordeling door de rechtbank
Ontvankelijkheid van het beroep
2. De rechtbank moet voordat zij een beroep in behandeling neemt eerst ambtshalve beoordelen of dat beroep ontvankelijk is. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep voor zover dat is ingediend door de eisers [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] , [eiser 6] en [eiser 7] niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Alleen een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.Een belanghebbende is degene van wie zijn of haar belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende.
4. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit – dat is in dit geval het kappen van de drie bomen – die de omgevingsvergunning toestaat, is in beginsel belanghebbende bij de omgevingsvergunning. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Uit vaste rechtspraakvolgt dat de rechtbank om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, moet kijken naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. De rechtbank bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
5. Op de zitting heeft de rechtbank met partijen vastgesteld dat de afstand tussen de percelen van de onder 2 genoemde eisers en de bomen die met de omgevingsvergunning gekapt mogen worden meer dan 100 meter bedraagt. Deze afstand tussen de percelen van eisers en de bomen is niet zo kort dat eisers reeds daarom belanghebbenden zijn bij het bestreden besluit. Ook is op de zitting vastgesteld dat deze eisers vanaf hun percelen geen zicht hebben op de bomen. Naar het oordeel van de rechtbank ondervinden deze eisers vanwege de afstand en het ontbreken van zicht op de bomen geen gevolgen van enige betekenis door de kap van de bomen. Dat zij allen aan de Weerdsingel OZ wonen is hiervoor onvoldoende. Dat onderscheidt hen onvoldoende van anderen om een persoonlijk en rechtstreeks belang bij het kappen van de bomen te hebben.
6. De rechtbank zal het beroep van deze eisers daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Inhoudelijke beoordeling van het beroep van eiser [eiser 8]
7. Eiser [eiser 8] woont op een afstand van minder dan 80 meter vanaf de rotonde waar de drie bomen zullen worden gekapt. Hij heeft vanuit zijn woning in ieder geval zicht op de atlasceder die midden op de rotondetuin staat. Naar het oordeel van de rechtbank zal hij daarom wel gevolgen van enige betekenis van de kap van de bomen ondervinden en dus is hij wel belanghebbende bij de omgevingsvergunning. Daarom zal de rechtbank het beroep hierna wel inhoudelijk beoordelen. Eiser [eiser 8] wordt hierna kortweg aangeduid als eiser.
Wat beoordeelt de rechtbank?
8. Het college heeft voor de herinrichting van de rotonde meerdere besluiten genomen. Eisers zijn het ook met die besluiten niet eens en daarover lopen afzonderlijke procedures. De rechtbank stelt bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep voorop dat de zaak waar deze procedure over gaat alleen ziet op het besluit van het college op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het kappen van drie bomen, de omgevingsvergunning. Dit betekent dat de rechtbank alleen over dat besluit in deze uitspraak een oordeel kan geven.
9. De gemeente mag als aanvrager van de benodigde omgevingsvergunningen voor elke activiteit afzonderlijk een aanvraag indienen en mag daarbij zelf kiezen in welke volgorde hij dit doet.De rechtbank moet het besluit van het college op een aanvraag beoordelen aan de hand van het voor die activiteit geldende toetsingskader. De rechtbank zal in deze uitspraak daarom geen oordeel geven over de beroepsgronden van eiser die over andere activiteiten dan het kappen van de drie bomen gaan.
10. Het college kan een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom weigeren, dan wel de omgevingsvergunning onder voorschriften verlenen in het belang van ecologische waarde, ruimtelijke waarde, milieuwaarde en de cultuurhistorische waarde. Ook kan het college de boomwaarde als motivering bij het te nemen besluit op de aanvraag hanteren.
Beoordeling aan de hand van het toetsingskader
11. Eiser voert aan dat de bomen die gekapt worden ecologische waarde hebben voor vleermuizen en milieuwaarde hebben vanwege het CO2 absorptievermogen, fijnstoffiltering, waterabsorptie en koelvermogen en dat de atlasceder ook ruimtelijke/cultuurhistorische waarde heeft, omdat deze boom een icoon en landmark voor de hele wijk is. Volgens eiser zou de boomwaarde anders berekend moeten worden. Ten slotte voert eiser aan dat het participatieproces onbevredigend is verlopen. De gemeente heeft te weinig met de uitkomsten daarvan gedaan.
12. De rechtbank stelt vast dat de verschillende waarden van de te kappen bomen zijn beoordeeld door de boomtechnisch adviseur van het college en dat het ecologisch adviesbureau [naam] een Quickscan heeft uitgevoerd om te beoordelen of het kappen van de bomen een risico vormt voor beschermde flora & fauna.
13. Volgens de boomtechnisch adviseur maken de bomen deel uit van de gemêleerde bomenstructuur langs de Weerdsingel. Deze structuur heeft een verbindend karakter. Deze groene verbinding blijft nadat de drie bomen zijn verwijderd, maar zes nieuwe bomen zijn herplant, bestaan. De atlasceder heeft vanwege zijn standplaats midden op de rotonde en als naaldboom met blauwe naalden een duidelijke ruimtelijke invloed op wijkniveau, de andere twee bomen niet. De bijdrage van de drie bomen aan de verbetering van de luchtkwaliteit en/of fijnstoffiltering is nagenoeg nihil te noemen, ook vanwege het grote aantal bomen in de directe omgeving. De bomen zijn van ondergeschikt belang ten aanzien van de hoge bebouwingdichtheid versus de hoeveelheid aanwezig groen. En ze hebben geen dempende werking op hinderlijke (monotone) geluiden van verkeer en/of industrie. Alle drie de bomen hebben volgens de boomtechtnisch adviseur geen historische betekenis.
14. De conclusie in de Quickscan is aangaande vleermuizen dat het kappen van de bomen niet leidt tot negatieve effecten op verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied van de in het gebied aanwezige vleermuizen, mits lichtverstoring van de watergang en bomen wordt voorkomen.
15. Gelet op dat de bomen geen bovengemiddelde waarde vertegenwoordigen, het kappen van de bomen geen risico vormt voor beschermde flora & fauna en er zes bomen worden herplant, heeft het college besloten het belang bij de kap van de bomen te laten prevaleren boven de geconstateerde waarden van de bomen.
16. De rechtbank kan deze motivering van het bestreden besluit volgen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het college op grond van vaste rechtspraakmag afgaan op het advies van een deskundige, nadat hij is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten.Wat eiser aanvoert geeft naar het oordeel van de rechtbank geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van de adviezen, de begrijpelijkheid van de in de adviezen gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. Eigen waarnemingen van vleermuizen door eiser en/of zijn buren en persoonlijke beleving van bepaalde waarden van de bomen zijn daarvoor onvoldoende. Door eiser is geen contra-expertise in de vorm van een deskundig tegenadvies overgelegd. De rechtbank vindt het niet onredelijk dat het college het belang bij de kap van de drie bomen met daarbij een herplantplicht voor zes bomen zwaarder heeft laten wegen dan de niet bovengemiddelde waarden van de drie te kappen bomen.
17. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat de gemeente wel instrumenten voor participatie heeft ingezet. Dat het participatietraject in de beleving van eiser onbevredigend is verlopen is jammer. Maar dat de gemeente de reacties die tijdens het participatieproces zijn ingediend anders bij de planvorming heeft betrokken dan eiser graag had gezien of dat draagvlak in de buurt voor de plannen volgens eiser ontbreekt, levert geen grondslag op voor het college om de omgevingsvergunning te moeten weigeren. En het is voor de rechtbank ook geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen.