Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2026 in de zaak tussen
Dienst Toeslagen,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Het oordeel van de rechtbank
Had Dienst Toeslagen de aanvraag toch in behandeling moeten nemen?
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, woonachtig in België, diende op 13 maart 2024 een aanvraag in voor herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, ruim na de uiterste datum van 31 december 2023 zoals gesteld in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Dienst Toeslagen wees de aanvraag af wegens te late indiening, een besluit dat na bezwaar werd bekrachtigd. Eiseres stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat de enkele omstandigheid dat eiseres in België woont en daardoor niet op de hoogte was van de termijn, onvoldoende is om van bijzondere omstandigheden te spreken. De Wht en de toeslagenaffaire waren breed bekend, ook in België. De overschrijding van zeven weken werd niet als bijzonder aangemerkt, en achterstanden bij Dienst Toeslagen zijn niet relevant voor de beoordeling.
Verder wees de rechtbank de verwijzingen naar jurisprudentie van de CRvB en het CBb af, omdat deze niet op de onderhavige situatie van toepassing zijn. Er waren geen schrijnende persoonlijke omstandigheden of andere bijzondere situaties die een verschoonbare termijnoverschrijding of toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Daarom mocht Dienst Toeslagen de aanvraag afwijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter A.M. den Dulk op 25 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de herbeoordelingsaanvraag kinderopvangtoeslag wegens te late indiening zonder bijzondere omstandigheden.