ECLI:NL:RVS:2025:1435
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- C.H. Bangma
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing overname private schuld neef in toeslagaffaire ondanks schrijnende omstandigheden
Appellante, gedupeerde van de toeslagaffaire, verzocht om overname van een private schuld van €1.680,- die zij had bij haar neef vanwege vliegtickets voor een uitvaart in 2017. De minister wees dit verzoek af omdat de schuld niet was vastgelegd in een notariële akte, een vereiste volgens de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de minister de hardheidsclausule niet hoefde toe te passen. De rechtbank vond dat appellante onvoldoende inzicht gaf in haar financiële situatie en dat de schuld relatief gering was ten opzichte van de ontvangen compensatie van €30.000,-.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. Hoewel appellante haar schrijnende situatie toelichtte, waaronder een hoge huurschuld en medische problemen, gaf zij onvoldoende concreet bewijs van structurele financiële nood. De Afdeling oordeelde dat de minister terecht geen uitzondering maakte op de wettelijke voorwaarden en dat de schuld niet hoefde te worden overgenomen.
De uitspraak benadrukt het belang van concrete onderbouwing bij toepassing van de hardheidsclausule en bevestigt de strikte naleving van de voorwaarden uit de Wht voor overname van private schulden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot overname van de private schuld blijft in stand.