Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
3.
[eiseres sub 3] B.V.,
4.
[eiseres sub 4] B.V.,
5.
[eiseres sub 5] B.V.,
6.
[eiseres sub 6] B.V.,
1.De procedure
- de aanvullende producties 14 en 15 van Waalstede
- de akte wijziging van eis met productie 10
- de aanvullende producties 12 t/m 14 van [eiser sub 1] c.s.
- de mondelinge behandeling van 6 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiser sub 1] c.s. met daarin een wijziging van eis
- de pleitnota van Waalstede.
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van de zaak
4.De beoordeling
ten tijdevan de tenderprocedure in 2014 niet voorzienbaar was, doet dus niet ter zake. Daarnaast stellen [eiser sub 1] c.s. op dit punt eigenlijk dat Waalstede, de partij die zij onrechtmatig benadeeld hebben, niet mag profiteren van het onvoorzienbaar grote voordeel dat [eiser sub 1] c.s. als plegers van de onrechtmatige daad hebben genoten door de verkoop van de GreeNS portefeuille aan ProRail. Dat is te vergelijken met een dief die een armband steelt en dacht dat de armband een waarde had van € 1.000,00. En als deze daarna € 10.000,00 euro opbrengt, zegt de dief dat haar alleen een schade ter hoogte van € 1.000,00 kan worden toegerekend, omdat die extra € 9.000,00 niet was te voorzien. Dat is de wereld op zijn kop en daar gaat de voorzieningenrechter niet in mee. Bovendien is het feit dat ProRail met Waalstede een raamovereenkomst heeft gesloten die vergelijkbaar is met de raamovereenkomst die ProRail later met [eiser sub 1] c.s. heeft gesloten, juist een argument vóór de toerekenbaarheid van de schade door het mislopen van de verkoop van de GreeNS portefeuille aan ProRail door Waalstede. Het ligt dan namelijk voor de hand dat ook Waalstede de GreeNS portefeuille aan ProRail had verkocht op basis van de raamovereenkomst.