Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
3.
[eiser sub 3] B.V.,
4.
[eiser sub 4] B.V.,
5.
[eiser sub 5] B.V.,
6.
[eiser sub 6] B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met 20 producties;
- de mondelinge behandeling van 5 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van [eisers] ;
- de pleitnota van [gedaagde] ;
- het proces-verbaal van 5 december 2025.
2.De kern van de zaak
3.Achtergrond van het geschil
4.De beoordeling
nietheeft begaan. Daarbij komt dat [eisers] op geen enkele manier heeft uitgelegd hoe de overwegingen van de rechtbank om tot vrijspraak te komen, bijvoorbeeld de overwegingen over de vraag of [A] wel of niet kwalificeert als lasthebber in de zin van artikel 328ter Wetboek van Strafrecht, meebrengen dat het oordeel van het Hof over het onrechtmatige handelen van [eisers] niet klopt.
omvangvan de door [gedaagde] gemiste kans. Volgens [eisers] is het door het Hof genoemde percentage van 45% te beschouwen als een maximum, dat in de schadestaatprocedure naar beneden zou kunnen worden bijgesteld. De rechtbank ziet dat anders en overweegt (onder 5.17 van het vonnis van 17 september 2025) als volgt:
definitieve begroting van de ontnomen kans. Met ‘begroting van de ontnomen kans’ lijkt te worden gedoeld op het bepalen van het percentage. Maar in dezelfde overweging heeft het Hof het dan ook weer over het eventueel betrekken van stukken uit het strafdossier bij de
schadebegroting.