ECLI:NL:RBMNE:2026:1159

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
UTR 25/5448
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M. Coenen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a:1 WajongArt. 4:6 AwbArt. 1a Schattingsbesluit Wajong 2015
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herhaalde Wajong-aanvraag ondanks nieuwe diagnose autismespectrumstoornis

Eiseres heeft een herhaalde aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op basis van een nieuw gestelde diagnose autismespectrumstoornis (ASS). Het UWV heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres volgens hun medische beoordeling vier uur per dag belastbaar is en één uur aaneengesloten kan werken.

De rechtbank toetst het besluit van het UWV en stelt vast dat de ziekteverschijnselen op de achttiende verjaardag van eiseres aanwezig waren, wat een vereiste is voor de Wajong. Vervolgens beoordeelt de rechtbank het arbeidsvermogen ten tijde van de aanvraag. De medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn zorgvuldig, consistent en begrijpelijk opgesteld en vormen een betrouwbare basis voor het oordeel dat eiseres arbeidsvermogen heeft.

Eiseres voert aan dat haar klachten haar arbeidsvermogen beperken, maar zij heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd om het oordeel van de verzekeringsarts te weerleggen. De rechtbank acht het oordeel van de verzekeringsarts over de duurbelastbaarheid en het vermogen om één uur aaneengesloten te werken juist. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft besloten de Wajong-aanvraag af te wijzen en verklaart het beroep ongegrond.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat eiseres ten tijde van de aanvraag over arbeidsvermogen beschikte en wijst het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering af.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5448

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. V.C.D. Klaassen)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,het Uwv
(gemachtigde: J.H. Swart)

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een herhaalde aanvraag om eiseres een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toe te kennen. Eiseres legt hieraan de nieuw gestelde diagnose autismespectrumstoornis (ASS) ten grondslag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv terecht heeft beslist dat er geen reden is om terug te komen op de beslissing om geen Wajong-uitkering aan eiseres toe te kennen, omdat zij ten tijde van de aanvraag over arbeidsvermogen beschikt. Het Uwv heeft terecht beslist dat eiseres vier uur per dag belastbaar is en één uur aaneengesloten kan werken. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Voorgeschiedenis
2. Op 4 februari 2022 heeft eiseres voor het eerst een Wajong-uitkering aangevraagd. Zij was toen [leeftijd] jaar oud. Bij de beoordeling van die aanvraag is vastgesteld dat ten tijde van het 18e levensjaar sprake was van een ziekte bij eiseres, namelijk chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en irritable bowel syndrome (IBS). Het Uwv heeft geen Wajong-uitkering toegekend, omdat eiseres beschikt over arbeidsvermogen.
Herhaalde aanvraag
2.1.
Op 31 oktober 2024 heeft eiseres een herhaalde aanvraag voor een Wajong-uitkering gedaan omdat naast de vermoeidheids- en pijnklachten inmiddels bij haar ook de diagnose autismespectrumstoornis (ASS) is gesteld. Het Uwv heeft deze herhaalde aanvraag behandeld als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit om geen Wajong toe te kennen. Het Uwv heeft de aanvraag met het besluit van 8 april 2025 afgewezen, omdat eiseres, ondanks de nieuwe diagnose ASS, nog beschikt over arbeidsvermogen.
2.2.
Met het bestreden besluit van 19 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv. Ter ondersteuning van eiseres waren op de zitting ook haar ouders en haar coach van Kwintes aanwezig.
2.4.
Naar aanleiding van wat is afgesproken op de zitting heeft eiseres nog stukken nagestuurd. Het Uwv heeft laten weten dat deze stukken geen reden geven om alsnog terug te komen op het besluit.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of het Uwv terecht heeft beslist dat er geen reden is om terug te komen op de beslissing om geen Wajong-uitkering aan eiseres toe te kennen.
Waar gaat deze zaak over?
4. Eiseres kampt al vanaf haar tienerjaren met chronische vermoeidheid (CVS). Zij heeft universitaire opleidingen gevolgd en uiteindelijk in 2019 haar master biology gehaald. In 2020 is zij weer bij haar ouders gaan wonen omdat het niet meer ging. Zij heeft pas op latere leeftijd, in 2022, een Wajong-uitkering aangevraagd. Die is toen afgewezen. In 2023 is bij eiseres de diagnose ASS gesteld. Deze nieuwe diagnose is aanleiding geweest om een herhaalde aanvraag voor een Wajong-uitkering te doen. Eiseres heeft daarbij onder andere stukken van haar psychiater ingebracht en van de persoonlijke begeleiding van Kwintes. Eiseres voert aan dat ASS een ontwikkelingsstoornis is die levenslang zal blijven en niet zal verbeteren. In haar dagelijks leven is sprake van structurele maskering van haar symptomen, met chronische vermoeidheidsklachten tot gevolg. Eiseres vindt dat haar cognitieve capaciteiten ten onrechte worden verward met arbeidsvermogen.
4.1.
Het Uwv heeft beoordeeld of de nieuwe stukken van eiseres reden geven om de eerdere beslissing te herzien. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, maar dat dit niet tot een ander oordeel leidt over het arbeidsvermogen van eiseres.
Hoe moet de rechtbank het bestreden besluit van 19 augustus 2025 toetsen?
5. Het doel van deze herhaalde aanvraag is om terug te komen op de eerdere afwijzing. Het rechtsregime van de eerste aanvraag is daarom van toepassing. Op laattijdige aanvragen die zijn ontvangen na 1 januari 2015 is de Wajong 2015 van toepassing.
5.1.
In verschillende uitspraken heeft de Centrale Raad van Beroep uitgemaakt hoe het Uwv een herhaalde aanvraag moet beoordelen en hoe de rechtbank vervolgens een besluit over een herhaalde aanvraag behoort te toetsen. [1] Voor zover de aanvraag betrekking heeft op de datum in het verleden waarop het oorspronkelijke besluit betrekking had, is de aanvrager op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aan te dragen. Is sprake van een aanvraag waarbij - ook - voor de toekomst wordt verzocht om terug te komen van een eerder besluit, dan moet de aanvrager feiten of omstandigheden vermelden die aanleiding (kunnen) geven tot een ander, voor de aanvrager gunstiger, besluit dan het besluit waarvan herziening wordt gevraagd. De aanvraag moet deugdelijk en toereikend worden onderbouwd en, voor zover mogelijk, worden voorzien van relevant bewijs. De rechter toetst inhoudelijk of de nieuwe informatie aanleiding geeft voor het Uwv om terug te komen op de eerdere beslissing.
5.2.
Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de rechtbank niettemin aan de hand van wat eiseres heeft aangevoerd tot het oordeel komen dat het evident onredelijk is om niet terug te komen op het besluit. [2]
Wanneer komt iemand in aanmerking voor een Wajong-uitkering?
6. Op grond van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong is jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
6.1.
Op grond van artikel 1a, aanhef en eerste lid, van het Schattingsbesluit, voor zover hier van belang, heeft iemand geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, van de Wajong 2015, indien hij:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Het Uwv moet dus beoordelen of sprake is van (ten minste) een van deze vier genoemde voorwaarden. Is dat het geval, dan heeft iemand geen arbeidsvermogen.
6.2.
Als er blijvend geen arbeidsvermogen is, is er recht op Wajong. Onder blijvend wordt verstaan dat arbeidsvermogen zich nooit kan ontwikkelen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank stelt voorop dat de vaste werkwijze van het Uwv bij laattijdige aanvragen is om eerst te beoordelen of iemand op zijn achttiende verjaardag ziekten of gebreken had. Als dit het geval is, wordt beoordeeld of deze persoon ten tijde van de aanvraag beschikte over arbeidsvermogen. Als die persoon beschikte over arbeidsvermogen op het moment van de aanvraag, wordt niet naar de medische situatie in het verleden gekeken en wijst het Uwv de Wajong-aanvraag af. Alleen als er op de datum van de aanvraag geen arbeidsvermogen is, wordt gekeken naar de medische situatie in het verleden. Deze werkwijze is bij laattijdige Wajong-aanvragen gangbaar. [3]
Ziekte of gebrek op achttiende verjaardag
7.1.
Dat de ziekteverschijnselen van eiseres op haar achttiende verjaardag aanwezig waren is niet in geschil. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert immers in de rapportage van 18 december 2024 dat ASS een ontwikkelingsstoornis is en dat de aanwezigheid van deze aandoening op de 18e verjaardag aannemelijk is. Aan de eerste stap van de beoordeling die het Uwv moet maken is dus voldaan.
Arbeidsvermogen ten tijde van de aanvraag
7.2.
De tweede stap bij een laattijdige aanvraag is of sprake is van arbeidsvermogen ten tijde van de aanvraag. Eiseres is het niet eens met de medische beoordeling door het Uwv van haar arbeidsvermogen. Zij voert aan dat zij vanwege haar ziekteverschijnselen niet vier uur per dag belastbaar is en ook niet één uur aangesloten kan werken. Zij stelt dat dat zij haar dagen strikt moet doseren, dat activiteiten leiden tot langdurige uitputting en dat herstelmomenten daarom structureel nodig zijn.
7.3.
De rechtbank overweegt dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten, en voldoende begrijpelijk zijn. De rapporten en besluiten zijn in beroep aanvechtbaar. Daarvoor moet eiseres aanvoeren (en zo nodig aannemelijk maken) dat de rapporten niet aan de genoemde voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk. Dit betekent dat hoe eiseres zich zelf voelt zonder dat daar een medische onderbouwing voor is, niet genoeg is om bij de rechtbank gelijk te krijgen.
De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
7.4.
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan de onder 7.3 genoemde voorwaarden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft haar heroverweging gebaseerd op dossieronderzoek. In de primaire fase heeft medisch onderzoek plaatsgevonden door een verzekeringsarts bij het spreekuur. De nieuwe diagnose ASS en de inhoud van de door eiseres ingebrachte medische stukken zijn door de verzekeringsarts bezwaar en beroep kenbaar meegewogen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport eenduidig, inzichtelijk en zonder tegenstrijdigheden gemotiveerd hoe de beoordeling tot stand is gekomen. Bovendien heeft eiseres geen gronden ingediend tegen de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek. Het rapport voldoet dus aan de drie voorwaarden. Dat betekent dat het Uwv het bestreden besluit mocht baseren op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De medische beoordeling van vier uur belastbaarheid
7.5.
De rechtbank stelt voorop dat het de specifieke deskundigheid van een verzekeringsarts is om de medische klachten van eiseres te vertalen in arbeidsbeperkingen, waaronder haar duurbelastbaarheid. Bij de beoordeling of iemand voldoet aan de voorwaarde dat hij vier uur per dag belastbaar is, wordt aangesloten bij de standaard ‘Duurbelastbaarheid in arbeid’. Conform deze standaard kan de verzekeringsarts een urenbeperking aannemen als iemand niet voltijds kan werken op energetische gronden, om preventieve redenen, of vanwege verminderde beschikbaarheid. De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportage van 8 augustus 2025 overweegt dat bij eiseres sprake is van extra energieverbruik door de aard van de aandoening, namelijk ASS die zich al langere tijd uit als chronische vermoeidheid en stemmingsproblematiek. Uit deze rapportage, en uit de rapportage van 3 maart 2025 van de primaire verzekeringsarts, blijkt ook dat bij de medische beoordeling is meegewogen dat sprake is van het maskeren (onbewust camoufleren) van klachten, zoals dat ook blijkt uit de stukken van de psychiater van ASC. De diagnose ASS en de chronische vermoeidheid die hiermee samenhangt zijn door de verzekeringsarts meegewogen in het verzekeringsgeneeskundig oordeel dat het gelet op de ernst van de problematiek aannemelijk is dat eiseres vier uur per dag belastbaar is. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de juistheid van de conclusie van de verzekeringsarts te twijfelen. Hetgeen eiseres daartegenin heeft gebracht, is onvoldoende om twijfel te zaaien over de juistheid van het oordeel van de verzekeringsarts over de duurbelastbaarheid van eiseres. De psychiater van eiseres heeft zich in de ingebrachte stukken niet uitgelaten over haar belastbaarheid. Wel wordt in de stukken beschreven dat als gevolg van de diagnose ASS sprake is van chronische vermoeidheid, maar die chronische vermoeidheid is ook uitdrukkelijk meegewogen door de verzekeringsarts. Uit de ingebrachte stukken van Stichting Binding, Kwintes en Calder Werkt blijkt evenmin dat getwijfeld moet worden aan het oordeel van de verzekeringsarts. Daarbij betreft de rechtbank dat uit het stuk van Calder Werkt blijkt dat eiseres wegens ‘geen benutbare mogelijkheden’ (GBM) volledig arbeidsongeschikt wordt geacht door de Regionale Sociale Dienst. De rechtbank merkt op dat het toetsingskader bij de Participatiewet anders is dan bij de Wajong. Dit stuk bevat ook geen motivering of nadere (medische) duiding van het arbeidsongeschiktheidsoordeel. Daarom doet ook dit geen twijfel ontstaan over de juistheid van het belastbaarheidsoordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Aan de manier waarop eiseres zelf haar klachten ervaart, hoe begrijpelijk ook, kan in dit kader geen doorslaggevende betekenis toekomen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
De medische beoordeling van één uur aaneengesloten kunnen werken
7.6.
De rechtbank overweegt dat ook de voorwaarde dat een betrokkene één uur aaneengesloten kan werken een medische beoordeling betreft. Onder het criterium ten minste een uur aaneengesloten werken wordt verstaan dat niet vaker dan een keer per uur een substantiële onderbreking van het productieproces noodzakelijk is om de betrokkene bij te sturen. Daarbij is niet relevant of eventueel toezicht moet worden uitgeoefend of het werk even moet worden onderbroken. [4] De rechtbank overweegt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 8 augustus 2025 heeft uitgelegd dat er geen reden is om aan te nemen dat bij eiseres vaker dan één keer per uur een onderbreking van de activiteit nodig is om haar bij te sturen. De verzekeringsarts betrekt hierbij dat de aandoening van eiseres leidt tot problemen in cognitief functioneren, maar niet in zulke mate dat niet aan deze voorwaarde wordt voldaan. Daarbij betrekt de verzekeringsarts dat dit niet volgt uit de anamnestische gegevens en het onderzoek van behandelaars en verzekeringsartsen. Eiseres heeft geen medische informatie ingebracht die twijfel doet zaaien aan de juistheid van dit oordeel. Ook deze beroepsgrond slaagt niet.
7.7.
Dit betekent dat het Uwv terecht heeft beslist dat eiseres ten tijde van de aanvraag over arbeidsvermogen beschikte.
Niet evident onredelijk
8. In wat eiseres heeft aangevoerd wordt ook geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit evident onredelijk is.
Geen beoordeling overige beroepsgronden
9. Nu de rechtbank van oordeel is dat het Uwv terecht heeft beslist dat ten tijde van de aanvraag arbeidsvermogen bestond, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van de overige beroepsgronden van eiseres. Alleen als er op de datum van de aanvraag geen arbeidsvermogen is, moet het Uwv kijken naar de medische situatie in het verleden. Er was voor het Uwv geen reden om de aanwezigheid van arbeidsvermogen op de achttiende verjaardag of in de vijf jaar erna te beoordelen. De beoordeling van arbeidsmogelijkheden tijdens studie is in het geval van eiseres evenmin aan de orde, omdat haar ziekte reeds op haar achttiende verjaardag aanwezig was.
10. De rechtbank oordeelt dus dat het Uwv terecht heeft beslist dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor een jonggehandicapte, waarbij de rechtbank opmerkt dat die voorwaarden anders zijn en verder gaan dan arbeidsongeschiktheid. Het voorgaande neemt niet weg dat de rechtbank uit het verhaal van eiseres op de zitting, de toelichting van haar ouders, en uit de stukken in het dossier opmaakt dat zij veel verdriet ervaart dat zij geen betaalde baan aankan, zeker gezien haar cognitieve capaciteiten en haar interesses. De rechtbank heeft daar begrip voor, maar dit leidt niet tot een ander oordeel over de aanspraak op een Wajong-uitkering.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv de herhaalde aanvraag voor een Wajong-uitkering terecht heeft geweigerd. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Coenen, rechter, in aanwezigheid van L.A.E. Hagendoorn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2026.
de griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dat volgt uit onder meer de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 februari 2025, ECLI:NL:CRVB:2015:309, r.o. 4.1.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1633, r.o. 4.4.
4.Zie de Nota van Toelichting bij de Wijziging Schattingsbesluit, Staatsblad 2014, 359.