ECLI:NL:RBMNE:2025:87
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening WIA-besluit wegens nieuwe feiten en toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft verzocht om herziening van het UWV-besluit van 4 november 2013, waarin hem een WIA-uitkering werd geweigerd vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Hij stelde dat er sprake is van nieuwe feiten en toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar. De rechtbank beoordeelde dit verzoek aan de hand van de wettelijke criteria voor herhaalde aanvragen en de Amber-beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende concrete nieuwe feiten en omstandigheden had aangevoerd die betrekking hadden op de datum van het oorspronkelijke besluit. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat er geen aanwijzingen waren voor relevante psychische problematiek ten tijde van het besluit en dat de medische stukken dateren van na die datum. Ook was er geen bewijs van toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na het oorspronkelijke besluit.
De rechtbank volgde de motivering van de verzekeringsarts en oordeelde dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het besluit van 4 november 2013. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak werd gedaan door rechter Rijlaarsdam op 9 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht geweigerd terug te komen op het eerdere WIA-besluit.