Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
dit suggereert een nieuwe tumor”;
Gezien het verdere beloop is dit een kanker met een zeer agressief karakter”. [gedaagde] wijst er op dat [A] concludeert dat het niet uitgesloten is dat een snelgroeiende kanker pas na de controle op 14 januari 2016 is ontstaan en dat in augustus 2018 volgens [A] nog sprake was van stagering cT2N0, wat betekent dat na 38 maanden geen aanwijzingen waren dat er in de tussenliggende periode uitzaaiingen naar de lymfklieren waren opgetreden.
Er had MDO zoals eerder beschreven met verslaglegging moeten plaats vinden .Bij twijfel over representativiteit biopten : 5 biopten . Collega [C] geeft echter aan dat twijfel werd weggenomen in klein MDO waarin biopsienaald in zwelling zichtbaar was dus wel representatief! Echter classificerende diagnose ontbreekt evenals verslag hiervan.”
nietal kwaadaardig was in 2015 en 2016. Dat is geen vraag naar de kans dat dit het geval was. Het is aan [gedaagde] om tegenbewijs te leveren tegen het voorshands oordeel dat de tumor al kwaadaardig was. En het is niet aan de rechtbank om een deskundige te benoemen om (mogelijk) het bewijs te kunnen leveren, dat door [gedaagde] geleverd moet worden. [gedaagde] had het gevraagde tegenbewijs kunnen leveren door, bijvoorbeeld, (statistische) informatie te overleggen over hoe een mammacarcinoom zoals die van [B] had zich gemiddeld gezien ontwikkelt over een periode van drie jaar. Op grond van het tussenvonnis had [gedaagde] die bewijsstukken dan ook direct in het geding moeten brengen. Dat is niet gebeurd.