ECLI:NL:RBMNE:2025:6855
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van omgevingsvergunningen voor de realisatie van woningen en tiny houses wegens zorgvuldigheidsgebrek
Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaken UTR 25/4848 en UTR 25/4849, waarin eisers beroep aantekenden tegen de verlening van twee omgevingsvergunningen voor de bouw van 15 woningen en 16 tiny houses in Bunschoten. De rechtbank oordeelde dat de verleende vergunningen niet zorgvuldig tot stand waren gekomen, omdat de quickscan van 29 augustus 2025, die aan de vergunningen ten grondslag lag, niet voldoende bewijs bood voor de afwezigheid van beschermde diersoorten zoals de haas en het konijn op de projectlocatie. De rechtbank vernietigde de vergunningen, maar liet de rechtsgevolgen in stand, zodat de projecten konden doorgaan. De rechtbank oordeelde dat de eisers, die in de nabijheid van de projectlocatie wonen, voldoende belang hadden bij de beoordeling van hun beroep. De rechtbank stelde vast dat de Wabo en de Chw van toepassing waren, en dat de aanvragen voor de vergunningen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet waren ingediend. De rechtbank concludeerde dat de zorgplicht uit de Wabo niet was geschonden, maar dat er wel een zorgvuldigheidsgebrek was, wat leidde tot de vernietiging van de besluiten. De rechtbank heeft het college van burgemeester en wethouders veroordeeld tot betaling van griffierecht en proceskosten aan de eisers.