In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 11 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Fletcher Hotels B.V. en de heffingsambtenaar van de belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap. Het betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een kantoorpand in Amsterdam, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op € 1.537.000,- per 1 januari 2023. Fletcher Hotels B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen deze waarde, maar de heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Fletcher Hotels B.V. heeft vervolgens beroep ingesteld, waarbij de rechtbank de argumenten van de gemachtigde van eiseres heeft beoordeeld. De rechtbank heeft vastgesteld dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, en dat de referentieobjecten voldoende vergelijkbaar zijn. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat de argumenten van Fletcher Hotels B.V. onvoldoende onderbouwd waren en dat de heffingsambtenaar de juiste methoden heeft toegepast om de waarde te bepalen. Daarnaast heeft Fletcher Hotels B.V. een verzoek om immateriële schadevergoeding ingediend, omdat de procedure te lang zou hebben geduurd. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen, omdat de redelijke termijn niet was overschreden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.