Uitspraak
1.De procedure
2.De kern
3.De beoordeling
- te bepalen dat [verweerder] de internationale werkregeling dient te continueren en te verklaren dat het eenzijdig beëindigen van deze regeling in strijd is met artikel 7:611 BW Pro en artikel 8 EVRM Pro;
- te bepalen dat [verweerder] het protocol inzake internationale werkafspraken niet aan [verzoeker] kan tegenwerpen in de vorm van een eenzijdige verplichting tot fysieke terugkeer naar Nederland;
- te bepalen dat [verzoeker] gerechtigd is zijn werkzaamheden voort te zetten vanuit zijn huidige standplaats in Ecuador, behoudens incidentele fysieke aanwezigheid voor een periode van 4 tot 6 weken per jaar;
- [verweerder] te veroordelen in de volledige proceskosten, begroot op een bedrag van
- € 4.500,00, te vermeerderen met btw.