ECLI:NL:RBMNE:2025:5610
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering WW-uitkering ondanks fout UWV
Eiseres ontving onterecht een WW-uitkering over de periode 21 juni 2024 tot en met 31 juli 2024, naast een toegekende Ziektewet-uitkering. Het UWV erkende de fout en besloot tot terugvordering van €4.714,70. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar persoonlijke omstandigheden en de rol van het UWV onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank overwoog dat hoewel de fout van het UWV vervelende gevolgen voor eiseres heeft, het belang van rechtmatige besteding van gemeenschapsgeld zwaarder weegt. De terugvordering betreft een dubbele betaling die niet onnodig is opgelopen, mede doordat het UWV de fout snel herstelde en een betalingsregeling is getroffen.
De rechtbank concludeerde dat er geen dringende reden is om af te zien van terugvordering. Ook het niet controleren van bankafschriften door eiseres leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.