Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser 1] , uit [plaats 1] , eiser
[vergunninghouder] B.V.uit [plaats 2] (de vergunninghouder)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser maakte bezwaar tegen de omgevingsvergunning die het college had verleend voor de bouw van twee woningen aan een perceel in Maarn, welke in strijd is met de beheersverordening. De rechtbank beoordeelde of het college met zijn besluit en motivering in redelijkheid tot verlening van de vergunning kon komen op basis van een buitenplanse afwijking onder de Wabo.
De ruimtelijke onderbouwing, opgesteld door Kubiek, concludeerde dat het bouwplan geen onevenredige nadelige gevolgen heeft, geen strijdigheid met hoger ruimtelijk beleid kent en geen verkeersonveilige situatie veroorzaakt. Eiser voerde meerdere bezwaren aan, waaronder de breedtemaat van de woningen, de afstand tot de weg, parkeermogelijkheden, verkeersveiligheid en brandveiligheid, maar kon deze niet voldoende onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat het college zich terecht op de ruimtelijke onderbouwing heeft gebaseerd en dat de geringe afwijkingen, zoals de bredere aanbouw, ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Ook werd geoordeeld dat alternatieven alleen relevant zijn indien duidelijk is dat zij een gelijkwaardig resultaat met minder bezwaren opleveren, wat eiser niet aannemelijk maakte.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met afwijzing van het verzoek tot terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter Schimmel op 11 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van twee woningen wordt ongegrond verklaard.