Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser 1] , uit [woonplaats] ,
de minister van Klimaat en Groene Groei, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
€ 920.000,-. Eisers hebben de verkoop uiteindelijk niet doorgezet en de opdracht aan [makelaar] weer ingetrokken. In 2021 hebben zij het perceel wel echt in de verkoop gezet en op 22 december 2021 hebben zij het perceel verkocht voor € 870.000,-. De vraagprijs was
€ 895.000,-. Eisers voeren aan dat het perceel zonder de komst van Windplan Groen door de makelaar ruim boven de € 1.000.000,- zou zijn getaxeerd. Ook zijn zes zeer geïnteresseerde kopers afgehaakt vanwege de komst van de windturbines. Eisers voeren aan dat hieruit blijkt dat zij het perceel onder de marktwaarde hebben moeten verkopen in een tijd dat de woningwaarden door het plafond schoten. Eiseres [eiser 2] heeft in dezelfde periode voor haar vervangende woonruimte in IJsselstein nog met ruim 10% moeten overbieden om die woning te kunnen verwerven. [adviesbureau] heeft het perceel op de ruim 9,5 jaar na de aankoopdatum gelegen peildatum gewaardeerd op dezelfde waarde als de aankoopprijs. Eisers voeren aan dat dit onrealistisch is, gelet op de prijsontwikkeling van woningen in de tussenliggende periode in algemene zin en gelet op de locatiespecifieke kenmerken van het perceel. Volgens de website van het Kadaster zou de waarde van een woning met een aankoopprijs van € 850.000,- op 27 april 2010 in het vierde kwartaal van 2019 een waarde hebben van € 1.064.769,-. Dat is een verschil in waardering van meer dan € 200.000,-. Eisers erkennen dat taxeren geen exacte wetenschap is, maar vinden dit toch wel een sterke indicatie dat de waarde door [adviesbureau] veel te laag is vastgesteld. Volgens eisers brengen de maximale invulling van de planologische mogelijkheden ook geen beperkingen met zich mee die zo’n verschil in waardering zouden rechtvaardigen. Verder voeren eisers aan dat er grote verschillen zijn tussen de door [adviesbureau] gebruikte referentiewoningen en de voormalige woning van eisers. De voormalige woning van eisers is onder leiding van een architect ontworpen en gebouwd en er zijn kostbare bouwmaterialen gebruikt. Ook ontbreken bij de vergelijkingsmethode benodigde gegevens zoals een waardematrix, de waarde van de grond, de waarde van de opstallen, de oppervlakte van de schuur en de uitpandige garage. De vergelijking met referentieobjecten op [naam] is volgens eisers ook principieel onjuist, omdat die woningen ook in waarde zijn verminderd als gevolg van het windplan. Ten slotte verwijzen eisers naar het TNO-rapport “TNO 2022 P10374, De verwachte impact van windturbines op huizenprijzen in Nederland. Een ruimtelijke analyse voor de periode 2020-2030” (het TNO-rapport). In het TNO-rapport staat een formule om de waardedaling te berekenen aan de hand van de tiphoogte van de turbine en de afstand van de turbine tot het te taxeren perceel. Binnen de afstand van 10x de tiphoogte vanaf het perceel van eisers worden vier windturbines gebouwd. Volgens de formule uit het TNO-rapport zou de waardevermindering van het perceel van eisers dan € 119.000,- bedragen als wordt uitgegaan van een waarde van € 850.000,- direct voor de waardepeildatum. Als zou worden uitgegaan van een juiste waardering van € 1.064.769,-, zou de waardevermindering volgens deze formule € 149.067,66 bedragen. Eisers voeren aan dat [adviesbureau] ten onrechte geen redelijke of plausibele verklaring heeft gegeven voor het enorme verschil in haar bepaling van de waardevermindering en de analyse uit het TNO-rapport en het daaraan ten grondslag liggende onderzoek van Droes en Koster.
Conclusie en gevolgen
Overschrijding van de redelijke termijn
Beslissing
mr. N.K. Boer-de Bruin, griffiers.