ECLI:NL:RBMNE:2025:1915
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarden diverse onroerende zaken in centrumplaats
De zaak betreft beroepen van Stichting tot Behoud van Monumenten Laurentius en Petronella tegen de WOZ-waarden van zes onroerende zaken in een centrumplaats, vastgesteld door de heffingsambtenaar voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021.
De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft de waarden onderbouwd met taxatiematrices en de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij gebruik is gemaakt van vergelijkbare referentieobjecten en marktgegevens. De rechtbank oordeelt dat de gehanteerde kapitalisatiefactoren en huurwaarden voldoende aannemelijk zijn en dat de vergelijkbaarheid van referentieobjecten gelet op gebruiksmogelijkheden en ligging gerechtvaardigd is.
De rechtbank wijst diverse beroepsgronden van eiseres af, waaronder bezwaren tegen het niet apart inzichtelijk maken van leegstandsrisico, het niet verstrekken van aanvullende huurgegevens en de vergelijkbaarheid van referentieobjecten. Ook laat de rechtbank nieuwe gronden die pas op de zitting zijn aangevoerd buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, omdat de overschrijding aan de gemachtigde van eiseres kan worden toegerekend en de totale duur van bezwaar- en beroepsprocedure binnen de redelijke termijn blijft.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de WOZ-waarden en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarden wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.