Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2024 in de zaak tussen
Inleiding
Overwegingen
1 januari 2017 is opgemaakt. De door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde van de drie objecten gezamenlijk bedraagt € 7.385.000,- en is dus lager dan de koopprijs die staat vermeld in de akte van levering. Toch is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar de waarden van de drie objecten voor dit belastingjaar onvoldoende heeft onderbouwd. In de akte van levering staat alleen een totale koopprijs van alle drie de objecten vermeld. Het is op grond van de akte van levering niet duidelijk wat de waarden in het economische verkeer van de verschillende objecten afzonderlijk zijn. De heffingsambtenaar heeft tot op de zitting onvoldoende onderbouwd hoe de totale koopprijs die in de akte van levering staat vermeld over de drie verschillende objecten verdeeld moet worden. Hoewel de bij elkaar opgetelde WOZ-waarden van de drie objecten lager is dan de totale koopprijs van de objecten, is het wel mogelijk dat op individueel niveau de waarde van een object te hoog is vastgesteld. Zonder nadere toelichting kan de heffingsambtenaar dus niet gevolgd worden in zijn standpunt dat met de totale koopsom, ook aannemelijk is gemaakt dat de waarde van de individuele objecten niet te hoog is vastgesteld.
[adres 1] , € 1.999.000,- voor het object aan het [adres 3] (hotel) en € 499.000,- voor het object aan het [adres 2] niet te laag is. De rechtbank is van oordeel dat dit niet zo is. Eiseres heeft voor deze waarden geen onderbouwing gegeven.
€ 1.980.000,- voor het object aan het [adres 1] , € 4.460.000,- voor het object aan het [adres 3] (hotel) en € 890.000,- voor het object aan het [adres 2] . De rechtbank bepaalt verder dat de heffingsambtenaar de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing voor het belastingjaar 2018 dienovereenkomstig vermindert.
1 januari 2018 heeft de heffingsambtenaar taxatiematrices overgelegd. Daaruit blijkt dat de waarden zijn vastgesteld aan de hand van de huurwaardekapitalisatiemethode. De huurwaarde en de kapitalisatiefactor worden daarbij zoveel mogelijk afgeleid uit transacties van vergelijkbare objecten.
Conclusie en gevolgen
€ 500,- per half jaar.
Beslissing
mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
23 oktober 2024.