ECLI:NL:RBMNE:2024:7254
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: WOZ-waarde woning verlaagd en schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, welke door verweerder was vastgesteld op € 682.000 voor het belastingjaar 2022. Na bezwaar en bestreden uitspraak handhaafde verweerder deze waarde, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de taxatiematrix van verweerder, waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen, maar constateerde onduidelijkheden over de woonoppervlakte en de aanwezigheid van een aanbouw. Verweerder maakte niet aannemelijk dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede doordat verweerder niet op aanvullende beroepsschriften reageerde en niet ter zitting verscheen. Eiser slaagde er niet in zijn lagere waarde van € 641.000 aannemelijk te maken.
De rechtbank stelde daarom zelf de WOZ-waarde schattenderwijs vast op € 670.000. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsfase was overschreden met negen maanden, waarop een immateriële schadevergoeding van € 1.000 werd toegekend, verdeeld tussen verweerder en de Staat. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is vastgesteld op € 670.000 en eiser ontvangt een schadevergoeding van € 1.000 wegens termijnoverschrijding.