ECLI:NL:RBMNE:2024:7217
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid en weigering WW-uitkering
Eiser heeft op 31 mei 2023 een WW-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat eiser verwijtbaar werkloos is geworden. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank op 9 oktober 2024 de zaak behandeld en geoordeeld dat het dienstverband door eiser zelf is beëindigd en dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs van hem kon worden gevergd.
Eiser stelde dat hij was misleid over opzegtermijnen en dat hij laattijdig ziek was gemeld, maar de rechtbank achtte deze civielrechtelijke kwesties niet toetsbaar in deze procedure. Ook ontbraken medische stukken die een noodzaak tot ontslag onderbouwden. De persoonlijke morele bezwaren van eiser tegen het werk werden onvoldoende geacht om voortzetting onredelijk te maken.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht een korting op de WW-uitkering toepaste wegens verwijtbare werkloosheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot weigering van de WW-uitkering blijft in stand.