ECLI:NL:RBMNE:2024:7094
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering directeur-grootaandeelhouder zonder juiste belangenafweging
Eiser werkte vanaf 2017 in het familiebedrijf dat in 2018 werd omgezet in een BV, waarbij hij samen met zijn broer meer dan tweederde van de aandelen hield. In 2020 werd zijn positie minder, waarna zijn looncode werd gewijzigd van directeur-grootaandeelhouder naar werknemer. Hij vroeg daarop een WW-uitkering aan die van januari 2021 tot september 2022 werd toegekend.
In 2023 startte het UWV een themaonderzoek naar de wijziging van de looncode en concludeerde dat eiser niet verzekerd was voor de WW omdat hij als directeur-grootaandeelhouder moest worden aangemerkt. Het UWV besloot tot herziening, terugvordering en invordering van ruim € 32.987,11. Eiser maakte bezwaar en stelde onder meer dat hij niet redelijkerwijs kon weten dat hij niet verzekerd was en dat het UWV te laat handelde.
De rechtbank bevestigt dat eiser als directeur-grootaandeelhouder moet worden aangemerkt en dat het UWV terecht de uitkering herzag en terugvorderde. Wel oordeelt de rechtbank dat het UWV zijn eigen aandeel in de ontstane situatie onvoldoende heeft betrokken in de belangenafweging, waardoor het besluit in strijd is met artikel 7:12 Awb Pro. Het UWV krijgt de opdracht het gebrek te herstellen door een nieuwe belangenafweging te maken en daarna een nieuwe beslissing te nemen. De invordering is passend gezien de financiële situatie van eiser. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het UWV moet het gebrek in de belangenafweging herstellen en een nieuwe beslissing nemen over herziening en terugvordering van de WW-uitkering.