Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 augustus 2024 in de zaak tussen
Recreatiecentrum De Thijmse Berg B.V., uit Rhenen, verzoekster
het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder
Samenvatting
Inleiding
- Last 1 gaat over de bosenclave. De Thijmse Berg wordt gelast om primair het opzettelijk doden van hazelwormen in de bosenclave te beëindigen en subsidiair de overtreding van de specifieke zorgplicht ten aanzien hazelwormen in de bosenclave te beëindigen.
- De herstelmaatregel die bij last 1 is beschreven, is het verwijderen van het reptielenscherm. Aan deze last is een dwangsom gekoppeld van € 15.000,- ineens, met een begunstigingstermijn van een week.
- Last 2 gaat over het zandgebied. De Thijmse Berg wordt gelast om primair het opzettelijk doden van hazelwormen, het opzettelijk doden en verstoren van zandhagedissen en het (opzettelijk) beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van hazelwormen en zandhagedissen en het vernielen van eieren van zandhagedissen in het zandgebied te beëindigen en beëindigd te houden. Subsidiair wordt gelast om de overtreding van de specifieke zorgplicht ten aanzien van hazelwormen en zandhagedissen in het zandgebied te beëindigen.
- De herstelmaatregel die bij last 2 is beschreven, is het direct beëindigen en het beëindigd houden van de werkzaamheden in het zandgebied. Aan deze last in een dwangsom gekoppeld van € 100.000,- per overtreding, met een maximum van € 300.000,-.
Beoordeling door de rechtbank
De specifieke zorgplicht: standpunten van partijen
nadelige gevolgenkan in het licht van wat de besluitgever heeft beoogd daarom alleen bij (dreigende)
ernstige nadelige gevolgen. De rechtbank oordeelt dat de specifieke zorgplicht uit artikel 11.27 van het Bal in beginsel alleen geldt in gevallen waarin ernstige nadelige gevolgen optreden of acuut dreigen op te treden. Alleen dan kan een overtreding van de specifieke zorgplicht aan een handhavingsbesluit ten grondslag worden gelegd. De rechtbank sluit hiermee in zoverre aan bij de invulling die in de rechtspraak is gegeven aan de mogelijkheid tot handhaving van de zorgplicht uit het voorheen geldende artikel 1.1a van de Wet milieubeheer. [8] Die bepaling was op dezelfde wijze geformuleerd als de specifieke zorgplicht uit artikel 11.27 van het Bal, zodat het in het licht van de bedoeling van de wet- en besluitgever voor de hand ligt om het in de rechtspraak ontwikkelde criterium ‘ernstige nadelige gevolgen’ ook hier toe te passen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit (de last onder dwangsom) van 9 juli 2024;
- draagt het college op het voor het verzoek om voorlopige voorziening betaalde griffierecht van € 371,- aan De Thijmse Berg te vergoeden;
- draagt het college op het voor het beroep betaalde griffierecht van € 371,- aan De Thijmse Berg te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van De Thijmse Berg tot een bedrag van € 5.550,75.