Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
A: ja zeker
A: Die stonden tegenover mij.
V: Weet jij wat zij te koop aanboden?
A: [medeverdachte 1] dolken [rechtbank: [medeverdachte 1] ]. [10]
5.BEWEZENVERKLARING
- die [medeverdachte 2] voornoemde dolk tentoon te laten stellen en
- die [medeverdachte 1] voornoemde dolken tentoon te laten stellen.
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.BESLISSING
ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.
-één of meerdere dolken en/of zwaarden, te weten 10, met een SS- en/of hakenkruis inscriptie en/of (voorzien van) de tekst/woorden: "Meine Ehre heisst Treue",
waarin een uitlating was vervat, die, naar hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden, voor een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras en/of hun godsdienst, beledigend was en/of aanzet tot haat tegen en/of discriminatie van (Joodse) mensen en/of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen, te weten Joden, ter openbaarmaking van die uitlating of verspreiding in voorraad heeft gehad;
( art 137e lid 1 ahf/sub 1 alinea Wetboek van Strafrecht, art 137e lid 1 ahf/sub 2 alinea Wetboek van Strafrecht, art 137e lid 2 Wetboek van Strafrecht )
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks
21 augustus 2022te [plaats] , in elk geval in Nederland, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving, één of meerdere voorwerp(en), te weten:
-één of meerdere dolken en/of zwaarden, te weten 10, met een SS- en/of hakenkruis inscriptie en/of (voorzien van) de tekst/woorden: "Meine Ehre heisst Treue",
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 22 augustus 2021 tot en met 21 augustus 2022 te [plaats] , in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door
- die [medeverdachte 2] voornoemde dolk(en) en/of zwaard(en) tentoon te laten stellen en/of
- die [medeverdachte 1] voornoemde dolken en/of zwaarden tentoon te laten stellen;
( art 137e lid 1 ahf/sub 1 alinea Wetboek van Strafrecht, art 137e lid 1 ahf/sub 2 alinea Wetboek van Strafrecht, art 137e lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )