ECLI:NL:RBMNE:2023:6985
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen aanslag zuiveringsheffing met toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiseres is geconfronteerd met een definitieve aanslag zuiveringsheffing van € 1018,87 opgelegd door de heffingsambtenaar. Tegen deze aanslag is bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard, waarna beroep bij de rechtbank werd ingesteld. De beroepsgronden richtten zich onterecht op de WOZ-waarde, terwijl deze niet relevant is voor de zuiveringsheffing.
De rechtbank oordeelde dat de gronden van eiseres niet slaagden omdat zij niet betrekking hadden op de heffing zelf. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep met 12 maanden werd overschreden, voornamelijk door de beperkte beschikbaarheid van de gemachtigde van eiseres, wat leidde tot vertraging.
Daarom werd een immateriële schadevergoeding van € 50,- toegekend, aansluitend bij het forfaitaire tarief voor WOZ-zaken, en een proceskostenvergoeding van € 209,25. De uitspraak werd ook aan eiseres zelf verzonden vanwege het procesgedrag van haar gemachtigde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard; immateriële schadevergoeding van €50 toegekend wegens termijnoverschrijding.